Levensgevaarlijk moet het zijn. En nog zwaar ook. Maar vandaag besluit ik vastberaden om fiets en wielerplunje in de koffer te gooien. ‘s Avonds wil ik de tocht Brussel (centrum)-Antwerpen (centrum) aanvatten. Trainen als een beest, wie zal me tegenhouden?
De binnenring blijkt een minder zwaar obstakel dan verwacht. Even oversteken aan madou en vanaf dan is het vrijwel enkel uitbollen tot Tour & Taxis. Voorbij Botanique, Rogier en Nieuwstraat. Of toch? Zo nu en dan is het opletten geblazen voor roekeloze chauffeurs, blinde moeders en dove opa’s. Wat doen die eigenlijk op dit onkatholiek uur nog op de ring? Als de auto ergens koning is, moet het wel hier zijn.
Ik neem een 90-graden bocht naar echts en bodder mij over de kasseien, weg van Belgiës navel. Vergane glorie. Het valt hier gratis en voor niks te snuiven. In den beginne nog wat industrie, maar snel zullen de braakvlaktes elkaar opvolgen. Zou het hier nu lelijk zijn of moet er gewoon wat gewenning optreden? Hoe dan ook, fietsers zijn blijkbaar niet welkom, om de tweehonderd meter zijn dwars over het fietspad grote betonnen blokken geplaatst. Waarom toch? Zonder acrobatie en een full-suspended mtb moet het vrijwel onmogelijk zijn hier te overleven. Centimeters hoge borduren beuken in op mijn velgen. Maar de rigide zjanten zijn sterk. Japans vakmanschap.
Verderop poogt een hybridehufter mijn wiel te nemen. Komaan zeg, toch niet tegen 26km/u! Als de conditie piekt vormt dat allemaal geen probleem, maar in deze periode van het jaar voelt zoiets werkelijk als een zuiger aan de rug. En daarbij, hoeveel keer moet ik nu nog expliceren dat hybrides geen sportfietsen zijn maar hufterfietsen. Zo ook de vouw- en ligexemplaren. Enkel mtb en race doen ertoe. En voor zondag mag een oma-fiets ook nog wel.
Het Zeekanaal Brussel-Schelde komt stilaan aan zijn einde en in de verte duikt Willebroek op aan de horizon. Een mooi dorpje en dat mag ook wel, Zaventem en Grimbergen waren om van te wenen. Volgens de kaart van het Fietsroutenetwerk Vlaanderen komt Antwerpen stilaan meer binnen hand (of is het fiets-) bereik. Een handig papiertje -ik ben nogal praktisch ingesteld, weet u- legt me uit: volg knooppunt 34, 35, 28, 17, 18, 19, 70, 72. 72 zou moeten staan voor Hoboken, geloof ik.
Het fietsroutenetwerk mijn kl****! Op een gegeven moment splitst de weg en daar sta je dan. Geen bordjes meer te bekennen. Wie steelt nu zoiets? Zondebokken moeten er zijn. Ik bedenk bij mezelf dat de landbouwer even verderop de schuldige is. Hij zal allicht geen dagjesmensen op zijn erf willen. Xenofobe Klootzak.
Een vriendelijke huisvader snelt me te hulp. Een hele uitleg, die eerder schaadt dat baat. Het doet me besluiten de A12 op te zoeken. Het duister heeft zich immers aangekondigd. Bijna in Hoboken aangekomen (na ook nog eens Koekoek gepasseerd te zijn) snij ik de weg terug af. Ik meen tram 4 te herkennen, en die scheert ei zo na langs mijn deur. Ik zeg “Hup Sascha, volhouden”. Met 56km op de teller zijn de benen niet meer wat ze geweest zijn. Al wijt ik de oorzaak aan die dikke plakkende mountainbike tapbanden, en vooral die hybridehufter, die zo nodig mijn wiel moest hebben.
Na wat fibrilaties denk ik mijn laatste snik te moeten geven, maar hey, ondertussen ben ik alweer aan het schrijven geslagen. Voor herhaling vatbaar.