Jun 17 2010

Italia

Published by Sascha at 11:34 pm under Sport,Uitstapjes

Je hebt zo van die uren, dagen, soms ook wel weken dat één en dezelfde gedachte niet meer uit je hoofd te slaan is. Met geen stokken. Zo eiste “Italia” het afgelopen etmaal een onvolprezen hoofdrol op in de verschillende neuronestjes van mijn twee hersenhelften. Ik beeldde me voortdurend die groen-wit-rode vlag in, reed vrijwel constant op een knalgroene vespa, neuriede “Azurro” van Paolo Conte en had een onstuitbare goesting in gelato al limone. Was de eerste WK-match van de Azurri de oorzaak? De Alfa Romeo die tegen 145 kmp/u vriendelijk doch kordaat doorgang vroeg op het linkerbaanvak van de E313? Of toch maar de zoete herinnering aan de hete zomer van 2006?

Zomer 2006. Ik was nog een arme stakker die dagen zonder lief. De leuze freedom’s just another word for nothing left to loose in het achterhoofd, besloot ik om samen met een strijdmakker discounttickets voor Sardinië te kopen. We namen onze tent, een slaapzak, de poncho van Blondie, en lieten het vervolg maar op ons afkomen zoals het zich voordeed. Het desnoods terplekke af te dwingen geluk zou aan onze zijde staan. Een goeie week later stapten we op het vliegtuig, vroegen en kregen we een lift van een overjarige Engelse taart die het nog wel eens zag zitten een groen blaadje in haar lederen interieur te nemen, en reden we richting de dichtsbijzijnde camping. Al snel blikten we vooruit op een drie weken durend dolce far niente.

Maar, omdat we het ons uit goed fatsoen niet konden permitteren onder de blote hemel te slapen moest er eerst nog een tent worden opgezet. We keken strategisch in het rond, op zoek naar de mooiste schaduwplekjes, horizontale grond, en als het even kon ook naar de nabijheid van mooie meisjes. Mooie, Italiaans gestilleerde meisjes. Omdat we beiden vrijgezel waren en promsicue als de pest, hadden we ons voorgenomen elkaar zeker niet te belemmeren in toenadering tot het andere geslacht. Het mooie aan onze verstandhouding, ons geheime verbond, was dat de promiscuïteit oprecht en authentiek gedeeld werd. Van bil gaan was absoluut geen doel op zich, hoogstens een bijproduct van een zich nog op haast religieuze wijze te ontluiken vakantieliefde.

En de sfeer zat meteen goed. Ik had het eerste piket nog niet de duingrond in gepeerd of twee werkelijk fascinerende Italiaanse deernes op zo’n 10 meter van ons af wierpen al hun handkusjes, lipwoordjes en geile blikken naar ons toe. Werkelijk, zoiets had ik nog nooit gezien, nog nooit meegemaakt. Mwa mwa mwa, deden ze. Twee prachtige verschijningen met volrood gepumpte mondcountouren, nog volop bezig met poederen en verven van hun egale gelaatjes vestigden alsof het was de normaalste zaak ter wereld hun aandacht op ons. Beiden met een zwart jurkje om hun tengere lijf, dat hun lichaam zo egaal ontsloot alsof ze zich omgekleed hadden in een balzaal van de Siciliaanse koning in plaats tegen het plafond van een schamel iglotentje. De avond kon toen al niet meer stuk, hoewel we haast gek werden van opwinding bespraken we om uit strategische overwegingen niet meteen als een losgeslagen hyena op de avances in te gaan en zouden we wachten tot de avond aan de bar om een eerste verkennend gesprek te voeren. Wij Noorderlingen zouden die kleine Italiaantjes, opdondertjes van het ergste soort, voor eens en voor altijd het nakijken geven.

Niets bleek echter minder waar. In een land waar gedweep met Jim Morrison en The Doors anno 2006 -en allicht ook in 2010- nog steeds cultureel verantwoord is, zélfs in de moreel verheven altocultiscene, durven de zaken immers al eens anders te lopen dan in het rationele noorden. Niet gepland dus, en dan heb ik het niet over de inval van Mussolini in Abessinië. Ik hoor u, beste lezer, al denken dat we te laat kwamen. Dat we directer moesten toeslaan, de avancerende dames nog gelijk die middag een drankje moesten aanbieden, wat smalltalk in hun oren moesten blazen en hun uit de tent lokken. Ik hoor u denken, dat de Italiaantjes er ‘s avonds mee heen waren. Dat de twee Belgen hopeloos te laat kwamen. Niet dus. Na slechts één biertje -toegegeven, een Nostra Azurro van wel 66cl- stapte ik al op één van de twee zwarte panters toe om wat gladde doch verantwoorde praat te verkopen. “Non lo capisco,” hoorde ik mijn Italiaanse prinses tot een veelvoud van 4 herhalen. “Che dire sei?” ging het nog verder. De twee mooie meisjes begonnen te giechelen en verloren hun spraakvermogen, daar was ik niet tegen opgewassen. “Parla francese? Inglese?” probeerde ik nog, maar snel daarna gaf ik het op. De ferry was gezonken.

Wat de uiteindelijke reden was voor de communication breakdown van die avond, daar heb ik zo’n slordige 4 jaren later nog steeds het raden naar. Achteraf bleek de hele vakantie overigens op amoureus vlak een fiasco van jewelste geweest te zijn. Cattenacio vanaf het eerste moment. Misschien heeft het diep gewortelde katholicisme in de Italiaanse natie er wel iets mee te maken? Ik weet het niet, feit is dat Italiaanse vrouwen destijds niet geïnteresserd waren in Hagars, Danny’s of Pims. Neen, ze moesten het enkel en alleen van de Fabio’s en de Filippo’s hebben, zo bleek een paar dagen later. Geen Noords gezwets, maar Italiaanse pret. Ik heb me gedurende die vakantie echter beter geamuseerd dan ooit, en realiseer me nu pas dat die alweer 4 jaar en 1 wk-match geleden is. Zaterdag spelen de Azurri hun tweede wk-match. Zullen ze over een week of twee opnieuw in staat blijken te zijn campione del mondo te worden?

Print
Tagged met:

No responses yet

Trackback URI | Comments RSS

Leave a Reply