Jan 21 2010
Mijn plaatje
We tekenen vroege avond en ik ben aan het vroegeavonddromen. In de achtergrond lopen een aantal door zichzelf op de voorgrond geplaatste beunhazen te zanikken. Mijn concentratie is zoek. Vroegeavonddromen heb ik altijd lekkerder gevonden dan dagdromen. Deze fase van de dag biedt vaak betere inzichten dan die andere fases.
Maar deze keer niet. Ik moet denken aan een ietwat verlept sujet. Rokend, klaterend en zuchtend. We tekenen Berlijn, ergens in de nazomer van 2007 aan de oevers van de Spree. Badeschiff, Treptower Park en een overgebleven grensposttoren moeten zich ergens in de buurt bevinden. De omgeving straalt een nietsvermoedende authenticiteit uit. Parkje, aziatisch eettentje, accordeonspeler en joelende kinderen. Boven ons neemt een Rosinenbomber zijn finale duik richting de landingsbaan van Berlin-Tempelhof.
Het verlepte sujet hoort dan misschien wel thuis in het plaatje, maar niet in deze stad. Ze praat luidop en schor over haar stukgelopen relaties, mislukte buitenlandse avonturen en verloren dromen. Dagdromen noch vroegeavonddromen. Haar toehoorder, een uit de kluiten gewassen punker uit Kreuzberg, is overduidelijk wél aan het dagdromen. Over hoe hij haar straks tussen, onder of op de lakens zal krijgen. Een zoveelste stukgelopen droom, voor haar dan.
Hoewel ik geen woord, geen letter, van het verlepte sujet versta, ben ik er zeker van dat ze hem ronduit vertelt over hoe het met haar leven tot een puinhoop is kunnen worden. Het was destijds thans veelbelovend begonnen als eerstejaarsstudente filosofie. Ik wil haar woordelijk beschrijven. De drang is sterk, ik wil de miscast in het plaatje blootleggen. Ik begin -waarom niet- van beneden af aan:
Aan hare blote en vuile voeten hangen espadrils. Je weet wel, zo met van hennepdraden gemaakte zolen, stoffen sloefen. Met haar eelterige hiel heeft ze het achterste deel al volledig platgetrapt. Haar broek had in India gekocht kunnen zijn, maar die heeft ze gewoon aangeschaft toen ze wierookstokjes ging halen op de plaatselijke vlooienmarkt. Wat er zich onder die broek plaatsvindt, daar denk ik inderdaad hard over na, niet dat ik een viespeuk ben, maar omdat het me intrigeert.
Het brengt me onvermijdelijk naar het volgende onderwerp van dit schrijfsel: Almodovar. Wél een viespeuk, denk ik. Ik ben er zeker van, het verlepte sujet is een Almodovar-mokkel. Ze lispelt, niet aangeboren maar aangeleerd. Lispelen is nu eenmaal een onderdeel van haar taal.
Ik ga terug verder op wat ik zie, niet op wat ik denk. Een wit marcelleke met vetplekken en stijve tepels. In tegenstelling tot wat ik vermoed over haar onderbroek, heb ik hier harde bewijzen dat ze geen bh draagt. Haar goed recht natuurlijk. Ik neem me voor om ooit een blogpost aan haar te wijden. Het sujet intrigeert me. Vanaf die moment denk ik niet meer in alineas, woorden of metriek. Neen, ik denk ik tags, want tags maken de blog. De volgende zullen beslist in mijn blogpost moeten voorkomen: “zweetgeur”, “kettingroker”, “vetplekken”, “ongeschoren lichaamsbeharing”, “espadrils”, “commune”, “neuspiercing” en “promiscuiteit”.
Natuurlijk mocht ik “Madrid” niet vergeten als tag, en juist daarom pastte het verlepte sujet op die moment niet thuis in mijn plaatje.
Tagged met: Almodovar • berlijn • commune • dagdromen • espadrils • herinneringen • lichaamsbeharing • Madrid • neuspiercing • promiscuiteit • Tempelhof • vetplekken • zweetgeur








Zijt ge niet stilaan toe aan wat vakantie? ;-)
Die beschrijving klopt helemaal :-)