Archive for June, 2010

Jun 29 2010

De queeste van de Questra

Published by Sascha under Antwerpen,Limburg,Sport

Mijn herinneringsvermogen loopt goed tegenwoordig. Dat blijkt ook uit de schrijfsels die hier de afgelopen weken zijn neergepend, ongeveer twee op de drie gepubliceerde teksten draagt de tag ‘herinneringen’ mee. Cyclische gebeurtenissen zoals het WK voetbal helpen me wel een handje. Door in deze periode zo vaak met het spelletje geconfronteerd te worden, blik ik zo nu en dan eens terug naar de dagen toen ikzelf nog met mijn twee linkerbenen halstarrig probeerde aan te haken bij mijn voetbalvrienden. Van de Jabulani was toen nog geen sprake, neen, het waren de hoogdagen van de Questra*.

Jammer genoeg beschikte ik niet over maar een minimum aan voetbaltalent om de hoop te koesteren ooit eens in het basiselftal van een officiële ploeg terecht te komen. Zelfs niet in de laagste reeksen. Maar niet getreurd, ik schakelde op tijd over naar volleybal, tennis en fietsen en laat mijn gebrek aan voetbaltalent sindsdien compenseren door te genieten van andermans vaardige kunsten. Neem nu de huidige generatie WK-spelers, daar zitten toch ongelooflijke krakken tussen? Messi is ronduit fantastisch -je kan niet anders dan hem vermelden- maar ook Kaka, Robinho, Özil, Robben, Sneijder, Eto’o, Drogba en zovele anderen hebben het één en ander in de koffer zitten. Het is werkelijk duimen en vingers aflikken om die gasten bezig te zien, en daar hoef ik tijdens de match niet eens een Magnum of Calippo voor uit de vriezer te halen.

Maar wordt al dat voetbaltalent van de huidige WK-generatie niet overvleugeld door de capriolen van die éne, legendarische ex-voetballer, die zich tegenwoordig ook coach van de Argentijnse nationale ploeg mag noemen? Ik denk het niet, want net door te doen waar Diego Armando Maradona goed in is -het publiek entertainen- krijgen zijn spelers de ruimte om te doen waar zij goed in zijn, namelijk voetballen. Als talentmanager in het dagelijkse leven, weet ik dat daar ook psychologie achter schuilt. Dus over de bedreiging van dat bewuste voetbaltalent gesproken, ik denk dat de klasbakken eerder belemmerd worden door sluitende knijp-, linie- en verdedigingsstrategieën van de verschillende coaches dan door het deviant gedrag van die ene loco uit Argentinië. Voetbal is wetenschap geworden, terugvallen op de stellige zekerheden van de statistiek. Bewezen tactieken zijn een veilige haven voor de bondscoaches, die na afloop van een WK natuurlijk veelal opnieuw op zoek moeten naar een nieuwe job.

Het zijn dus niet de capriolen van Maradona die het WK bedreigen, maar eerder het gebrek aan capriolen van behendige aanvallers op het veld, denk ik. Creatieve spelers die wél mee mochten afreizen naar het land van de Bafana Bafana moeten zich schikken naar de spelsystemen van hun coaches, en als het hen niet aanstaat, dan staan er wel anderen klaar om het over te pakken. Ronaldinho bijvoorbeeld mocht niet mee van Dunga, zijn coach, en het is overduidelijk dat ook Ronaldo (Portugal) en Van Persie zich niet goed in hun vel voelen. Neen, meer volgzame spelers die klaar zijn om het spel van de trainer te implementeren op het veld maken meer kans. En geef nu zelf toe, zodra het implementeren begint, dan wordt de creativiteit vermoord. Creativicide bevat immers de volgende bestanddelen; systeem, proces, flow, charts en stats. Niks voor een talent als Messi zou ik denken, die heeft het van impuls, opportuniteit en inzicht.

Terug naar de dagen van de Questra. Zoals elke voetbalofiel weet, is Maradona niet vies om - als het écht moet - het lot een handje toe te steken. Maar geloof me, zelfs de hand van deze wijze voetbalgod himself zou geen zoden aan de dijk gebracht hebben om mijn voetbalkunde naar een hoger niveau te tillen. Wat ik nodig had was iemand om me de weg te wijzen naar het volleybal, daar was ik immers goed in. Al herinner ik me dat ik ook daar mijn receptie-, passing- en smashtalenten heb moeten aanscherpen, op termijn deed ik het tijdens de beslissende momenten toch vooral op gevoel. Om maar te zeggen, ik vind dat voetbalsterren van het WK hun fantasie maar eens de vrije loop moeten laten en de wereld nog wat extra mogen trakteren op hun voetbalkunsten. Ik denk trouwens dat ze daar geen Jabulani voor nodig hebben, maar dat het met de ondertussen naar het museum verwezen Questra ook wel moet lukken. Niet?

 

* De Questra is één van de illustere voorgangers van de gecontesteerde Jabulani, en werd destijds door fabricant Adidas gelanceerd voor het WK 94 in de USA. De Questra was één van de eerste ballen die volledig uit synthetisch materiaal vervaardigd werd.

Print

No responses yet

Jun 17 2010

Italia

Published by Sascha under Sport,Uitstapjes

Je hebt zo van die uren, dagen, soms ook wel weken dat één en dezelfde gedachte niet meer uit je hoofd te slaan is. Met geen stokken. Zo eiste “Italia” het afgelopen etmaal een onvolprezen hoofdrol op in de verschillende neuronestjes van mijn twee hersenhelften. Ik beeldde me voortdurend die groen-wit-rode vlag in, reed vrijwel constant op een knalgroene vespa, neuriede “Azurro” van Paolo Conte en had een onstuitbare goesting in gelato al limone. Was de eerste WK-match van de Azurri de oorzaak? De Alfa Romeo die tegen 145 kmp/u vriendelijk doch kordaat doorgang vroeg op het linkerbaanvak van de E313? Of toch maar de zoete herinnering aan de hete zomer van 2006?

Zomer 2006. Ik was nog een arme stakker die dagen zonder lief. De leuze freedom’s just another word for nothing left to loose in het achterhoofd, besloot ik om samen met een strijdmakker discounttickets voor Sardinië te kopen. We namen onze tent, een slaapzak, de poncho van Blondie, en lieten het vervolg maar op ons afkomen zoals het zich voordeed. Het desnoods terplekke af te dwingen geluk zou aan onze zijde staan. Een goeie week later stapten we op het vliegtuig, vroegen en kregen we een lift van een overjarige Engelse taart die het nog wel eens zag zitten een groen blaadje in haar lederen interieur te nemen, en reden we richting de dichtsbijzijnde camping. Al snel blikten we vooruit op een drie weken durend dolce far niente.

Maar, omdat we het ons uit goed fatsoen niet konden permitteren onder de blote hemel te slapen moest er eerst nog een tent worden opgezet. We keken strategisch in het rond, op zoek naar de mooiste schaduwplekjes, horizontale grond, en als het even kon ook naar de nabijheid van mooie meisjes. Mooie, Italiaans gestilleerde meisjes. Omdat we beiden vrijgezel waren en promsicue als de pest, hadden we ons voorgenomen elkaar zeker niet te belemmeren in toenadering tot het andere geslacht. Het mooie aan onze verstandhouding, ons geheime verbond, was dat de promiscuïteit oprecht en authentiek gedeeld werd. Van bil gaan was absoluut geen doel op zich, hoogstens een bijproduct van een zich nog op haast religieuze wijze te ontluiken vakantieliefde.

En de sfeer zat meteen goed. Ik had het eerste piket nog niet de duingrond in gepeerd of twee werkelijk fascinerende Italiaanse deernes op zo’n 10 meter van ons af wierpen al hun handkusjes, lipwoordjes en geile blikken naar ons toe. Werkelijk, zoiets had ik nog nooit gezien, nog nooit meegemaakt. Mwa mwa mwa, deden ze. Twee prachtige verschijningen met volrood gepumpte mondcountouren, nog volop bezig met poederen en verven van hun egale gelaatjes vestigden alsof het was de normaalste zaak ter wereld hun aandacht op ons. Beiden met een zwart jurkje om hun tengere lijf, dat hun lichaam zo egaal ontsloot alsof ze zich omgekleed hadden in een balzaal van de Siciliaanse koning in plaats tegen het plafond van een schamel iglotentje. De avond kon toen al niet meer stuk, hoewel we haast gek werden van opwinding bespraken we om uit strategische overwegingen niet meteen als een losgeslagen hyena op de avances in te gaan en zouden we wachten tot de avond aan de bar om een eerste verkennend gesprek te voeren. Wij Noorderlingen zouden die kleine Italiaantjes, opdondertjes van het ergste soort, voor eens en voor altijd het nakijken geven.

Niets bleek echter minder waar. In een land waar gedweep met Jim Morrison en The Doors anno 2006 -en allicht ook in 2010- nog steeds cultureel verantwoord is, zélfs in de moreel verheven altocultiscene, durven de zaken immers al eens anders te lopen dan in het rationele noorden. Niet gepland dus, en dan heb ik het niet over de inval van Mussolini in Abessinië. Ik hoor u, beste lezer, al denken dat we te laat kwamen. Dat we directer moesten toeslaan, de avancerende dames nog gelijk die middag een drankje moesten aanbieden, wat smalltalk in hun oren moesten blazen en hun uit de tent lokken. Ik hoor u denken, dat de Italiaantjes er ‘s avonds mee heen waren. Dat de twee Belgen hopeloos te laat kwamen. Niet dus. Na slechts één biertje -toegegeven, een Nostra Azurro van wel 66cl- stapte ik al op één van de twee zwarte panters toe om wat gladde doch verantwoorde praat te verkopen. “Non lo capisco,” hoorde ik mijn Italiaanse prinses tot een veelvoud van 4 herhalen. “Che dire sei?” ging het nog verder. De twee mooie meisjes begonnen te giechelen en verloren hun spraakvermogen, daar was ik niet tegen opgewassen. “Parla francese? Inglese?” probeerde ik nog, maar snel daarna gaf ik het op. De ferry was gezonken.

Wat de uiteindelijke reden was voor de communication breakdown van die avond, daar heb ik zo’n slordige 4 jaren later nog steeds het raden naar. Achteraf bleek de hele vakantie overigens op amoureus vlak een fiasco van jewelste geweest te zijn. Cattenacio vanaf het eerste moment. Misschien heeft het diep gewortelde katholicisme in de Italiaanse natie er wel iets mee te maken? Ik weet het niet, feit is dat Italiaanse vrouwen destijds niet geïnteresserd waren in Hagars, Danny’s of Pims. Neen, ze moesten het enkel en alleen van de Fabio’s en de Filippo’s hebben, zo bleek een paar dagen later. Geen Noords gezwets, maar Italiaanse pret. Ik heb me gedurende die vakantie echter beter geamuseerd dan ooit, en realiseer me nu pas dat die alweer 4 jaar en 1 wk-match geleden is. Zaterdag spelen de Azurri hun tweede wk-match. Zullen ze over een week of twee opnieuw in staat blijken te zijn campione del mondo te worden?

Print

No responses yet

Jun 01 2010

De vlagpikker: een parabel

Published by Sascha under Fictie,Uitstapjes

Het moet ondertussen toch wel zo’n dikke 15 jaar geleden zijn. Ik herinner me nog goed dat de corpulente Meatloaf in de mooie lentedagen van die uitzonderlijke millésime een stevige hit te pakken had. Maar wat ik me nog beter voor de geest kan halen, is dat mijn ouders me voor die periode geëngageerd hadden te gaan skiën met een jongerenorganisatie. Via Top-vakanties -ik zal de naam nooit vergeten- zou ik nog voor geen prikje mijn zo geliefde skitruukjes voor de tweede keer op één skiseizoen uit de kast mogen halen.

Zo geschiedde. Niet dat het “skiverlof voor een prikje” een argument was om mij toch maar te doen toezeggen eens in jongerengroep op vakantie te gaan, het was eerder iets onoverkomelijks, een onvermijdelijk gevolg van mijn persoonlijke geschiedenis. Als 11-jarig jongetje genoot ik immers al een soort van moreel besef; wanneer zowat alle kinderen en jongeren jaarlijks “op kamp” gaan, dan moet ik toch ook eens zoiets gemeenschapsvormend proberen? Mijn ééndelige groenfluo skipak, mijn spiegelglazende zonnebril en mijn met trance-motief bestickerde muts werden nog ingepakt door mijn lieve moeder, maar zodra ik gedropt werd aan -godbetert- het station van Schaarbeek, stond ik er volledig alleen voor, samen met enkele honderden andere jongeren.

Over wat er gebeurde tussen de 24u na het droppen aan het station van Schaarbeek en het aankomen aan ons Jügendhotel in de Italiaanse Alpen hoef ik alleen maar kort te zijn. Ik werd in een “couchette” tezamen met 4 Mechelaars en een Kortessemnaar (“Kotshovennaar”, naar hij vertelde) gepropt en de trein begon te bollen. De reis was een beproeving, slechts nu, vele jaren later, weet ik dat niet alle Mechelaars basketters zijn en dat niet alle Kotshovenaars karate doen, maar toen leek dat wel zo. Toen was dat, mede omdat mijn wereldbeeld nog niet tot volle wasdom was gekomen, allemaal nogal overdonderend . Ahja, ik weet ondertussen ook dat niet alle inwoners van West-Vlaanderen Arno heten. Tant pis.

Vooral wat zich afspeelde tussen het 24ste en het 48ste uur zal tot het eind der dagen in mijn hersenpan blijven kleven. Omdat we met zulk een grote groep waren, konden niet alle jongeren tegelijk het nodige materiaal verkrijgen om op de piste te mogen. Skilatten, botten en een skipas laten wel eens op zich wachten, je weet wel. Om de tijd te doden kozen de begeleiders er dan maar voor wat groepsspelletjes te spelen.

Vervolgens ging het snel. Razendsnel. Er ontstond een plots tumult en ik moest samen met de andere skiërs een grote cirkel maken: we zouden gaan “vlagpikken”. “Vlagpikken,” dacht ik bij mezelf, “wat is dat nu weer?”. Maar veel tijd om er over na te denken kreeg ik niet, voor ik goed en wel besefte wat er zich exact voor mijn ogen afspeelde begon men naar mij een nummer te roepen. “14!”, nu, “14!”. Ik was verstokt en bleef zitten, wist ik veel dat nummer 14 aan mij toegewezen was en dat ik geacht werd naar een onnozel stuk stof toe te rennen. Ik was tenslotte gekomen om te skiën. Om niks meer en niks minder, goedkoop skiën in het bijzijn van mijn leeftijdsgenoten.

Vervolgens hield ik me maar van de domme en gaf ik waarschijnlijk een onnozele opmerking, zoals ik nu, vele jaren later ook nog wel eens durf doen als ik het allemaal niet meer weet. Ik kan me inbeelden dat die opmerking wel wat cassanter was dan van mijn leeftijd mocht verwacht worden, maar of ik daarom meteen op pedagodisch onverantwoorde wijze moest apart genomen worden door de meest kloeke leider van al, daar heb ik toch nog steeds mijn twijfels over. Ik kan hem mij thans nog levendig voor de geest halen, die leider. Zijn gestalte herinnerde mij aan die van Sylvester Stallone, maar dan uit de periode dat hij nog in pornofilms opdraafde. Korte benen ten opzichte van het lijf, gespierde torso, volle ronde lippen, een beetje blos op de wangen en een soort van zwart krollenhaar. “Geeeeeeffffff acht, John Rambo!,” hoorde ik kolonel Trautman in mijn verbeelding schreeuwen, maar in de realiteit vroeg Sly alleen maar – zij het nogal onaardig, opdringerig en schuimbekkend- aan me waarom ik “weigerde aan het spel deel te nemen?”.

Ik besloot mezelf stokstijf te houden en te zwijgen. Niet om te protesteren, niet om de revolutionair uit te hangen, maar gewoon uit angst. Uit pure, diep van onderuit opborrelende angst. In de verte zag ik een lieve, blonde krollenbol -ook blozende wangetjes, maar dan op de vriendelijke manier- het schouwspel gadeslaan. Het oogcontact dat ik met hem zocht liet niet aan de verbeelding over. Terwijl Sly kwaad, spuwend, tierend nog een aantal keren dwingend dezelfde vraag herhaalde, vroeg ik, neen smeekte ik om verlossing. Uiteindelijk kwam de blonde leider naar ons toegerend en intervenieerde hij. Wat een geluk, hij nam me zacht bij de hand en nam me mee naar het dichtsbijzijnde bankje in de lentezon. We babbelden wat over koetjes en kalfjes terwijl Sly zich in de verte op het grasgroene grasveld alweer volledig op de vlagpikkampioenen stortte.

Nu, wat er ook van deze parabel waar moge zijn, in the end werd het nog wel een deugddoende skivakantie. Ik zoefde door de bochten, zweefde in de lucht, plukte er vlokjes en stoof door het poeder dat het een lieve lust was. Aan vlagpikken heb ik me achteraf echter nooit meer gewaagd, en misschien maar goed ook.

Print

One response so far