Apr 29 2010
Onderbroekenlol
Daar sta je dan. Alleen, onzeker en hulpeloos in de desolate woestijn. Je vriendin heeft net een vriendin gebeld. Of ze wil shoppen met haar, “ja, graag!”. Natuurlijk zou ik geen bezwaar aantekenen, dat wisten we alletwee Het was gewoon een kwestie van diplomatie, we wilden allebei tot een win-win komen.
De win voor haar was duidelijk, geen twee minuten later dook ze een vintage- en tweedehandstoko binnen. Pret verzekerd. Voor mij was de win nog niet meteen uitgeklaard. Maar ach, het zonnetje scheen, een wachtbeurt op het bruggetje over de gracht zou dus niet meteen op een straf uitdraaien. De stap van neutraal naar euforie was nu nog slechts een kwestie van seconden. Aldus en op die tautologische manier beschikte ik over de mentale kracht om het beeld van de desolate woestijn bij te stellen naar het beeld van de sappige oase.
Holland is sappig, en Amsterdam, de navel van het land nog sappiger. Zowaar nog sappiger, zou ik willen zeggen, maar ik hou niet van het woord zowaar. Ik bevond mij ter hoogte van de Negen Straatjes, zowat het commercieel centrum van de stad voor de meerwaardeshopper die zijn neus ophaalt voor de Kalverstraat. Niet geheel onterecht overigens. Ik besloot om meer te doen dan enkel de tijd te doden, en observeerde. Mensen, honden, poedels, meisjes, mannen, homo-, trans- en zelfs heterosexuelen. Het valt mij telkens op dat mensen in Nederland toch zo vrij doen. Lekker los. Fietsen kan er ongestoord, de bloemetjesrokjes waaien altijd nét dat ietsje te hoog, de bloemetjeslaarzen zijn altijd nét iets te geplastificeerd en de froefroes stralen er levenslust uit. Soms ook sex. De mannen zijn er gekleed in jeans, dragen lichtbruine puntschoenen en kammen hun halflange haren trots naar achteren, met brylcreem geplooid.
Plots viel mijn oog op de designer underwear store. “Wie zou daar ooit binnenstappen?” vroeg ik aan mezelf, dus ik besloot het op een turven te zetten. Na welgeteld drie kwartier kon ik niet één bezoeker tellen, wat me besloot ermee op te houden. Gelukkig stopten er net op dat moment een paar vespa’s voor de deur, in unieke en opvallende uitvoering. Hoera, eindelijk een bezoeker voor de lieve man met getrimdgemillimetreerd ringbaardje, die al bijna een uur lang liefdevol en devoot onderbroekjes stond te vouwen. Maar, niets leek minder waar. De binnenstapper droeg immers een gekreukt zakje van de desbetreffende designer underwear store met zich mee en door zijn brede gesticulaties kon ik beredeneren dat het broekje hem – het vergrotende effect op kloten en piemel ten spijt- niet bevallen was.
“Hoe kan een onderbroek van 45euro uit mijn favoriete designer underwear store me nu niet bevallen zijn?” hoorde ik de binnenstapper al denken. Wel, ik kon het mij perfect voorstellen. Vijfenveertig euro spenderen aan iets waar, onzichtbaar voor de buitenwereld maar zichtbaar voor de drager, zij het éénmaal per dag, een streep kak in uitgesmeerd wordt is tamelijk veel. Dat de consument ontevreden terugkeert na aankoop van zulk een broekje is een haast onvermijdelijk gevolg van die waanzinnige prijs.
Ik kon maar hopen dat het teruggebrachte broekje geen streep bevatte, maar laat ik daar niet teveel over nadenken. Vervolgens besloot ik me op een terrasje zo’n heerlijke Van Dobben kroket te bestellen, beter vind je ze niet. Een kortstondig binnenpretje overviel me nog, en het deed me afvragen of deze nu gecatalogeerd kon worden onder ‘onderboekenlol’?








