Jan
27
2009
Vandaag nam ik serieus in overweging om -in navolging van menig Antwerpse gepensioneerden- tegen april een week naar de Spaanse Costa Blanca te trekken. Niet om er te genieten van het zachte winterweertje, maar om de weldoenende effecten van de Spaanse lentezon op mijn kuitspieren laten in te werken. Want na mijn winterescapades en andere nieuwjaarsbachanalen ben ik wel toe aan wat sportvooruitzichten.
Voor de inspiratie van deze mogelijke trainingsstage ben ik echter eerlijkheidshalve niet schatplichtig aan de Antwerpse gepensioneerden, maar aan de man die zich tot voor kort nog “premier” liet noemen. De kranten stonden er de afgelopen weken bol van: “Leterme op verzoek van vriend Braeckeveldt op trainingsstage naar Calpe”. Het had iets pathetisch, alsof de wielerfluisteraar (mompelaar in feite) zijn goede vriend moest redden van de psychische ondergang nu hij geen hoofdrol meer te vertolken heeft in de Belgische politiek. Enfin, hoofdrol, het is misschien toch wat veel eer om op de schouder van de eens zo populaire politicus te spelden. Hoofdrol in een psychodrama is beter.

Soit, Leterme ging dus ook naar Calpe om te fietsen. “Een tandje terugschakelen kan deugd doen,” liet hij optekenen. Meteen zette de West-Vlaamse volksmenner de toon. Hij was niet naar Calpe gekomen om te fietsen, maar om over politiek te praten, en nog wel in zijn meest metaforische zin. Want de ex-premier wil de positie van underdog liefst zo lang mogelijk in stand houden. Ze hebben mij pijn gedaan meneer, en dat is niet eerlijk. Over zijn vermeende contacten met één of andere malafide Moldavische zakenman werd ook veel geschreven. Alsof dat ene relevantie heeft, het kleinste kind voelt met zijn ellebogen dat aan Leterme niks, maar dan ook niks malafied op te tekenen valt.
Neen, ze hebben hem pijn gedaan. En hard nog ook. En daar schuilt inderdaad wel een grond van waarheid in. Politiek is een verdomd harde stiel, geen discussie over mogelijk. Kom me niet af over het verschil tussen de wetstraat en dorpsstraat, bij de tweede gebeurt het schelden en kwetsen alleen maar in het dialect. Enige nuancering is hier wel op zijn plaats. “Ze” hebben Leterme geen pijn gedaan, maar “het”. Het is het politieke beest geweest. Net zoals ik dat bij sommige vrienden en collega’s ervaar, de politiek is een moordende verslaving. De bedrijvers ervan zijn steeds op zoek naar de kortstondige roes van een geslaagde speech, tussenkomst of, in het beste geval, verkiezingsoverwinning. De kater volgt echter later, hoe dan ook.
Een weekje fietsen in Calpe is misschien wel hét medicijn om even van die verslaving proberen af te kicken. Ik heb het daarstraks nog even aan een vriend voorgesteld die duidelijk aan politieke afkick toe is. De persoon in kwestie geeft evenwel ootmoedig toe dat niet “ze” maar “het” hem pijn doet. Kom dat nog eens tegen in de politiek, eerlijke figuren. Ikzelf ga er nog een paar dagen over napeinzen, maar eigenlijk staat mijn besluit zo goed als vast. In april wil ik over het Spaanse glooilandschap zoeven met mijn loepzuivere Merida. Voor een pensioensoptrekje met wat Antwerpse landgenoten, kom ik dan over een jaar of vijftig wel eens terug, maar dan veerkrachtiger.
Jan
12
2009
In het postnieuwjaartijdperk frequenteert een mens recepties, etentjes en andere jaarlijks wederkerende ontmoetingen. Zo zijn er de obligate sp.a- en overheidsrecepties op diverse geografische niveau’s, kerstboomverbrandingen, de verplichte familiale ontmoetingen en de lunchen en diners met collega’s en ander allooi. De zure oprispingen van het bachanaal gedoe terzijde gelaten, is het toch mogelijk om één rode draad doorheen het gegeven te trekken, namelijk de aanwezigheid van “loensbollen”.
Misschien moet ik me eerst even nader verklaren. Een loensbol, wat is dat? Mijn Hamse oma bezoek ik nu wel vaker dan eens in het jaar, maar het toeval wil dat ze het woord “loensbol” op de jaarlijkse plichtpleging een aantal keren liet vallen. Mijn oma -los van de onvoorwaardelijke liefde die wij beiden voor elkaar hebben- kan een gemeen kreng zijn. Ik vind dat niet zo erg, haar vakkundige kennis van het Hams-Olmense dialect, haar directe inborst en vlijmscherpe geest resultaten vaak in een explosieve woordencocktail. Ik pik daar graag woorden van op.
Zo is er het woord “loensbol”. Een loensbol is een heimelijk voorkomend persoon, die de achterbaksheid niet schuwt, zou ik er van maken. Enige voorzichtigheid is geboden, introverte en verlegen personen worden soms ten onrechte als loensbol aanschouwd. Ik probeer zonder gebruik van Van Dale en/of wikipedia een deductieve semantische analyse te maken van het woord. “Loens” komt allicht van loenzen, wat zoveel betekent als gemeen, licht-scheel staren naar een object. “Bol” komt uit het dialect en is synoniem voor hoofd. Het woord bol wordt evenwel enkel in meioratieve betekenis gebruikt.
Loensbollen, je komt ze overal tegen, maar vooral op plaatsen die niet meteen tot je persoonlijke biotoop behoren. Recepties, familiale ontmoetingen en andere kerstboomverbrandingen dus. Jarenlange ervaring heeft me geleerd dat -vooral de rabiate- loensbollen best te vermijden zijn. Als je dan toch in contact met hen treedt, doe het dan snel, efficiënt en vat de koe bij de horens. Een snelle, doch oprechte ”goeiendag” verricht soms wonderen, en kan de vermeende loensbol van de échte scheiden, zoals het kaf en het koren dat ook doen.
De teller van het aantal gespotte loensbollen dikt aan, al heb ik er totnogtoe toch enkele weten te ontmaskeren ook. Naar de diepere drijfveren van de loensbol wens ik eigenlijk liever niet te zoeken, al krijg ik in een vlaag van pseudo-Freudiaanse reflectie al eens de idee dat het één en ander met xenofobie, behoudsgezindheid en -daarom niet in mindere mate- afgunst te maken heeft. Daarmee heb ik niet gepretendeerd dat iemand jaloers op mij zou zijn, het blijft immers verdomd moeilijk om de échte loensbol van vermeende te onderscheiden.
Jan
05
2009
De gsm-wekker schalt zijn helle toon. Met beplakt linkeroog meet ik de schade op: slechts 6 uur slaap. Het einde van de nacht is bezegeld. Het einde van mijn vrije dagen ook. Alle stralingen en hersenkooksels ten spijt, die gsm-wekker is en blijft toch de enige manier om mij wakker te krijgen. Als toemaatje zet ik er nog mijn klassieke wekkerradio bij, een tiental minuten later. Maar dat, is slechts een doekje voor het bloeden.
Enkele uren later vlij ik me neer aan mijn eenzame bureau’tje op de derde verdieping van de noordervleugel van het Vlaams parlement. Sinds een aantal weken geldt deze verdieping terug onverwijld als de sp.a-fractie. Dat voelt goed aan. Eindelijk terug onder broeders, al laten die zich voorlopig nog maar met mondjesmaat zien. De verdwaalde blokker en gedesoriënteerde s-lp-er neem ik er even bij, niet alles kan perfect zijn.
De kranten openslaan, ze doorbladeren en hier en daar een stukje lezen, dat is mijn eerste dagtaak. Ik merk dat er in de wereld niet veel zou gebeuren zonder religie. Geen ingewijde christelijke bisschoppen, geen illegale Joodse oorlogen en nog minder waanzinnige islamitische aanslagen.
2009 is definitief van start gegaan. Ik dacht dat God al lang dood was, maar het mensdom denkt daar blijkbaar anders over.