Oct 27 2008
Geringeloord door Hitlers forel
Bijna liet ik me gisteren ringeloren. In het gesprek dat ik voerde met de Nederlandse journalist, kwam de forel van Hitler ter sprake. De forel van Hitler? Ja, de forel van Hitler, met boter nog wel.
De aanleiding voor het gesprek werd gevormd door de commotie die afgelopen dagen ontstond rond het tv-kookprogramma op Canvas van de Leuvense chef Jeroen Meeus. In het zogenaamde plat préféré gaat de mediagenieke kok iedere week op zoek naar het favoriete gerecht van één of andere historische figuur. Deze week zou die goede oude Adolf aan de beurt zijn.
Ik gooide een balletje op en vroeg of de journalist het vond kunnen dat een figuur als Hitler opgevoerd wordt in een entertainmentprogramma en of alzo de vervlezing -vervissing in casu- van het kwaad niet richting banalisering wordt geduwd. “Neen,” zei de journalist, “waarom zou de vraag naar Hitlers favoriete gerecht niet gesteld mogen worden?”. “Ik weet het niet,” antwoordde ik “misschien omdat de vraag niet zo relevant is?”. In het wederantwoord meende ik iets als de “kritische vraag van de journalist” en het “kritisch oordeel van de kijker” menen te ontwaren. Het gesprek tendeerde vervolgens naar een ander onderwerp.
“Het kritisch oordeel van de kijker” even terzijde gelaten zou ik nu -24u later- toch nog willen terugblikken op de zogenaamde “kritische vraag van de journalist”. Is de journalist dan werkelijk kritisch als hij eender welke vraag stelt, alleen en enkel maar omwille van de journalistiek? Ik dacht het niet eigenlijk, want zeg nu zelf, welke journalist is het meest kritisch, hij die zijn vraag historisch kadert en omwille van diverse redenen (relevantie, opportuniteit, meerwaarde) oordeelt dat de vraag beter niet gesteld wordt, of hij die meent dat elke vraag gesteld moet worden? Ik zou durven zeggen de eerste. Daarbij, wie stelde weer dat het makkelijker is om 1000 domme vragen te stellen dan 1 verstandig antwoord te geven?
Nu zou ik nog graag een stap verder willen gaan. Is een spervuur van irrelevante, niet-opportune minderwaardige vragen niet moreel verwerpelijk? Komen we niet stilaan in het vaarwater van de absolutie der vrije meningsuiting? Daar waar de ene zijn vrijheid stopt als die van de andere genadeloos en onbeperkt doorzet? Is het verdedigen van het stellen van “eender welke vraag” overigens niet gewoon hetzelfde als een eenvoudig populistisch pleidooi? Nu zou iemand me nog wel kunnen vertellen dat roepen, schelden en tieren ten allen tijde toegestaan moet worden, of het nu kwetsend is of niet, maar is het dan ook toegestaan een gedragsverandering te verwezenlijken richting banalisering van het kwade? Om op deze laatste vraag te antwoorden; Ik vind alleszins van niet.
Door de kritische waarde van de journalistieke vraag te verabsoluteren, werd mijn kritisch oordeel als kijker genadeloos onderuit gehaald. Gisteren liet ik me ringeloren, want bijna meende ik dat de vraag naar Hitlers forel wel gesteld mocht worden.
[UPDATE 16.45u]: Ondertussen is Hitlers forel geannuleerd.











