Jan 03 2010
De strontpot
Hoe meer men in de stront roert, hoe harder hij gaat stinken*. Dat de crisis zo goed als over is, hoorde ik een familielid enkele dagen geleden vertellen. De brave man was laaiend enthousiast over het feit dat de beurzen op sommige plaatsen wel meer dan 200% gestegen waren. Een neutrale omstaander als ik zou er haast van gaan denken dat het kapitalistisch paradijs, het Land van Melk en Honing, eindelijk in aantocht is. De man in kwestie is nu immers niet bepaald te verdenken van chronisch en ongebreideld optimisme, en ook stomdronken was hij niet.
Toch, zonder enige voorkennis inzake economie, kon ik wel snel bedenken dat al die positieve signalen over de beurzen enigszins te relativeren zijn. Want met percenten kan je alles aantonen natuurlijk. Als een aandeel van Fortis in 2008 pakweg 10 euro waard was, op 1 januari 2009 nog 1 euro en op 1 januari 2010 terug 3 euro, dan is het aandeel in Fortis inderdaad 300% gestegen t.o.v. vorig jaar, maar nog steeds fors gezakt t.o.v. 2008. Nog even twijfelde ik deze logische en toch wel sluitende redenering in het hoenderhok te gooien, maar ik besloot al snel de discussie niet te oververhitten. Er moet niet altijd in de strontpot geroerd worden tenslotte.
Beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald**. Na de talloze visionaire familiale debatten over de wereldeconomie van de afgelopen dagen besloot ik -mijn favoriete spreuk over de strontpot nog indachtig- eens doorheen mijn spreekwoordenboek te bladeren. Ik vraag me af of bovenstaande misschien van toepassing is op onze wereldeconomie, of beter gezegd, onze Americo-Europese economie? Amerikaanse topmanagers van niet nader vernoemde automobielconstructeurs zijn stilaan toch weer goed bezig om hun macho-strategieën te ontplooien en bij de banken ziet het er ook terug business as usual uit. Eens benieuwd of de welvaart en het bijhorende kapitaal over enkele jaren zich niet definitief in Azië zullen bevinden. Misschien lukt het wel met de groene revolutie. Laten we met zijn allen hopen en zo nu en dan ook eens in God geloven.
Als ik de trendwatchers die de afgelopen weken veelvuldig in het mediacircus kwamen opdraven alvast moet geloven zullen we er in 2010 toch weer lustig op los kunnen consumeren. We hebben niets te vrezen. Tablet pc’s, e-readers, digitale en remake films, connectiviteit met zowat alles (zoals de collishop van Colruyt),… de trends zullen zich in 2010 opstapelen! Op zich vind ik het beroep van trendwatcher wel enigszins eerbaar en zal er voor elke vakman ongetwijfeld ergens een kwakzalver rondlopen, maar toch, veel nuttigs heb ik uit de mond van een trendwatcher nog niet vaak horen komen. En als het dan al nuttig is, is het vaak enorm kortzichtig en vooral niet kritisch.
“Dé trend van 2010 wordt ongetwijfeld de iPhone”. Nu, ik heb eigenlijk geen goesting om het in deze post op een portie frustratie te laten uitdraaien, ik zou die trendwatchers graag hun werk laten doen. Maar, het is sterker dan mezelf en ik zou ik niet zijn moest ik toch niet even van deze post gebruik maken om de meest visionaire trendwatcher van allemaal even te citeren. Bovenstaande uitspraak komt immers uit de mond van Nina De Man, zelfverklaard trendwatcher en bekend van bijklusjes bij Studio Brussel en de televisie. Jawatte, als dit soort ideeën een mens van een inkomen kan voorzien, dan heb ik een verkeerde branche gekozen. Voor zij die het nog niet weten; de iPhone is zo 2009 als de dood van Michael Jackson en voor een opname in Groot Spreekwoordenboek editie 2010 hoeft De Man al zeker niet te solliciteren.
Om te besluiten heb ik tijdens het schrijven van bovenstaande ook maar even nagedacht over dé trend van 2010; Jasper Erkens zal ongetwijfeld schaamhaar krijgen. Verder dan dat kom ik eigenlijk niet, al zal er ook in 2010 ongetwijfeld bij het roeren in een hoop stront stank tot aan het neusgat komen.
* Groot spreekwoordenboek Van Dale, Van Dale lexicografie Utrecht/Antwerpen, derde druk, 2000/2007, spreuk 1000, pg. 530
** Groot spreekwoordenboek Van Dale, Van Dale lexicografie Utrecht/Antwerpen, derde druk, 2000/2007, spreuk 776, pg. 416








