Archive for the 'Uitstapjes' Category

Aug 03 2010

Het vat

Published by Sascha under Sport,Uitstapjes

Nog een tiental dagen smartelijk aftellen en ik mag er eindelijk nog eens voor een dikke twee weken op uit. Tijdens de afgelopen zomers stond het eind van augustus altijd gereserveerd voor de “grote zomervakantie”, en dat vind ik goed zo. Omdat de verkoop van fitnessabonnementen rond deze tijd weer stevig begint te lopen en al de overtollige kilo’s bij Belgen, Nederlanders en Pruisen er binnenkort onverbiddelijk weer afvliegen, is het wat rustiger op de autowegen, kan je ook terecht op campings zónder reservatie en worden bergpassen opnieuw het terrein van de natuurliefhebber.

Over die bergpassen gesproken, deze keer zal ik koers zetten richting de Franse Pyreneeën. Vanuit het toeristenhol Cauterets wil ik voor een 6-tal dagen in het hooggebergte vertoeven om daarna de Pyreneeën weer te verlaten en nog een dikke week in Spanje te blijven. Het zou me eindelijk moeten lukken om Spaans Baskenland te verkennen en al het lekkers dat de terroir van de oevers van de Ebro me te bieden heeft eens van nabij te kunnen proeven.

Eerlijk gezegd, ik voel aan alles dat het hoog tijd is. Mijn rug staat krom, mijn teksten zijn maar matig geïnspireerd en mijn roman is vastgereden in zware poldergrond. Kortom, het vat is af. Moest het vat de komende dagen alsnog voldoende hervuld raken om nog een leuke column af te leveren, dan zal ik u dat natuurlijk niet ontzeggen. Arriverderci!

Print

No responses yet

Jun 17 2010

Italia

Published by Sascha under Sport,Uitstapjes

Je hebt zo van die uren, dagen, soms ook wel weken dat één en dezelfde gedachte niet meer uit je hoofd te slaan is. Met geen stokken. Zo eiste “Italia” het afgelopen etmaal een onvolprezen hoofdrol op in de verschillende neuronestjes van mijn twee hersenhelften. Ik beeldde me voortdurend die groen-wit-rode vlag in, reed vrijwel constant op een knalgroene vespa, neuriede “Azurro” van Paolo Conte en had een onstuitbare goesting in gelato al limone. Was de eerste WK-match van de Azurri de oorzaak? De Alfa Romeo die tegen 145 kmp/u vriendelijk doch kordaat doorgang vroeg op het linkerbaanvak van de E313? Of toch maar de zoete herinnering aan de hete zomer van 2006?

Zomer 2006. Ik was nog een arme stakker die dagen zonder lief. De leuze freedom’s just another word for nothing left to loose in het achterhoofd, besloot ik om samen met een strijdmakker discounttickets voor Sardinië te kopen. We namen onze tent, een slaapzak, de poncho van Blondie, en lieten het vervolg maar op ons afkomen zoals het zich voordeed. Het desnoods terplekke af te dwingen geluk zou aan onze zijde staan. Een goeie week later stapten we op het vliegtuig, vroegen en kregen we een lift van een overjarige Engelse taart die het nog wel eens zag zitten een groen blaadje in haar lederen interieur te nemen, en reden we richting de dichtsbijzijnde camping. Al snel blikten we vooruit op een drie weken durend dolce far niente.

Maar, omdat we het ons uit goed fatsoen niet konden permitteren onder de blote hemel te slapen moest er eerst nog een tent worden opgezet. We keken strategisch in het rond, op zoek naar de mooiste schaduwplekjes, horizontale grond, en als het even kon ook naar de nabijheid van mooie meisjes. Mooie, Italiaans gestilleerde meisjes. Omdat we beiden vrijgezel waren en promsicue als de pest, hadden we ons voorgenomen elkaar zeker niet te belemmeren in toenadering tot het andere geslacht. Het mooie aan onze verstandhouding, ons geheime verbond, was dat de promiscuïteit oprecht en authentiek gedeeld werd. Van bil gaan was absoluut geen doel op zich, hoogstens een bijproduct van een zich nog op haast religieuze wijze te ontluiken vakantieliefde.

En de sfeer zat meteen goed. Ik had het eerste piket nog niet de duingrond in gepeerd of twee werkelijk fascinerende Italiaanse deernes op zo’n 10 meter van ons af wierpen al hun handkusjes, lipwoordjes en geile blikken naar ons toe. Werkelijk, zoiets had ik nog nooit gezien, nog nooit meegemaakt. Mwa mwa mwa, deden ze. Twee prachtige verschijningen met volrood gepumpte mondcountouren, nog volop bezig met poederen en verven van hun egale gelaatjes vestigden alsof het was de normaalste zaak ter wereld hun aandacht op ons. Beiden met een zwart jurkje om hun tengere lijf, dat hun lichaam zo egaal ontsloot alsof ze zich omgekleed hadden in een balzaal van de Siciliaanse koning in plaats tegen het plafond van een schamel iglotentje. De avond kon toen al niet meer stuk, hoewel we haast gek werden van opwinding bespraken we om uit strategische overwegingen niet meteen als een losgeslagen hyena op de avances in te gaan en zouden we wachten tot de avond aan de bar om een eerste verkennend gesprek te voeren. Wij Noorderlingen zouden die kleine Italiaantjes, opdondertjes van het ergste soort, voor eens en voor altijd het nakijken geven.

Niets bleek echter minder waar. In een land waar gedweep met Jim Morrison en The Doors anno 2006 -en allicht ook in 2010- nog steeds cultureel verantwoord is, zélfs in de moreel verheven altocultiscene, durven de zaken immers al eens anders te lopen dan in het rationele noorden. Niet gepland dus, en dan heb ik het niet over de inval van Mussolini in Abessinië. Ik hoor u, beste lezer, al denken dat we te laat kwamen. Dat we directer moesten toeslaan, de avancerende dames nog gelijk die middag een drankje moesten aanbieden, wat smalltalk in hun oren moesten blazen en hun uit de tent lokken. Ik hoor u denken, dat de Italiaantjes er ‘s avonds mee heen waren. Dat de twee Belgen hopeloos te laat kwamen. Niet dus. Na slechts één biertje -toegegeven, een Nostra Azurro van wel 66cl- stapte ik al op één van de twee zwarte panters toe om wat gladde doch verantwoorde praat te verkopen. “Non lo capisco,” hoorde ik mijn Italiaanse prinses tot een veelvoud van 4 herhalen. “Che dire sei?” ging het nog verder. De twee mooie meisjes begonnen te giechelen en verloren hun spraakvermogen, daar was ik niet tegen opgewassen. “Parla francese? Inglese?” probeerde ik nog, maar snel daarna gaf ik het op. De ferry was gezonken.

Wat de uiteindelijke reden was voor de communication breakdown van die avond, daar heb ik zo’n slordige 4 jaren later nog steeds het raden naar. Achteraf bleek de hele vakantie overigens op amoureus vlak een fiasco van jewelste geweest te zijn. Cattenacio vanaf het eerste moment. Misschien heeft het diep gewortelde katholicisme in de Italiaanse natie er wel iets mee te maken? Ik weet het niet, feit is dat Italiaanse vrouwen destijds niet geïnteresserd waren in Hagars, Danny’s of Pims. Neen, ze moesten het enkel en alleen van de Fabio’s en de Filippo’s hebben, zo bleek een paar dagen later. Geen Noords gezwets, maar Italiaanse pret. Ik heb me gedurende die vakantie echter beter geamuseerd dan ooit, en realiseer me nu pas dat die alweer 4 jaar en 1 wk-match geleden is. Zaterdag spelen de Azurri hun tweede wk-match. Zullen ze over een week of twee opnieuw in staat blijken te zijn campione del mondo te worden?

Print

No responses yet

Jun 01 2010

De vlagpikker: een parabel

Published by Sascha under Fictie,Uitstapjes

Het moet ondertussen toch wel zo’n dikke 15 jaar geleden zijn. Ik herinner me nog goed dat de corpulente Meatloaf in de mooie lentedagen van die uitzonderlijke millésime een stevige hit te pakken had. Maar wat ik me nog beter voor de geest kan halen, is dat mijn ouders me voor die periode geëngageerd hadden te gaan skiën met een jongerenorganisatie. Via Top-vakanties -ik zal de naam nooit vergeten- zou ik nog voor geen prikje mijn zo geliefde skitruukjes voor de tweede keer op één skiseizoen uit de kast mogen halen.

Zo geschiedde. Niet dat het “skiverlof voor een prikje” een argument was om mij toch maar te doen toezeggen eens in jongerengroep op vakantie te gaan, het was eerder iets onoverkomelijks, een onvermijdelijk gevolg van mijn persoonlijke geschiedenis. Als 11-jarig jongetje genoot ik immers al een soort van moreel besef; wanneer zowat alle kinderen en jongeren jaarlijks “op kamp” gaan, dan moet ik toch ook eens zoiets gemeenschapsvormend proberen? Mijn ééndelige groenfluo skipak, mijn spiegelglazende zonnebril en mijn met trance-motief bestickerde muts werden nog ingepakt door mijn lieve moeder, maar zodra ik gedropt werd aan -godbetert- het station van Schaarbeek, stond ik er volledig alleen voor, samen met enkele honderden andere jongeren.

Over wat er gebeurde tussen de 24u na het droppen aan het station van Schaarbeek en het aankomen aan ons Jügendhotel in de Italiaanse Alpen hoef ik alleen maar kort te zijn. Ik werd in een “couchette” tezamen met 4 Mechelaars en een Kortessemnaar (“Kotshovennaar”, naar hij vertelde) gepropt en de trein begon te bollen. De reis was een beproeving, slechts nu, vele jaren later, weet ik dat niet alle Mechelaars basketters zijn en dat niet alle Kotshovenaars karate doen, maar toen leek dat wel zo. Toen was dat, mede omdat mijn wereldbeeld nog niet tot volle wasdom was gekomen, allemaal nogal overdonderend . Ahja, ik weet ondertussen ook dat niet alle inwoners van West-Vlaanderen Arno heten. Tant pis.

Vooral wat zich afspeelde tussen het 24ste en het 48ste uur zal tot het eind der dagen in mijn hersenpan blijven kleven. Omdat we met zulk een grote groep waren, konden niet alle jongeren tegelijk het nodige materiaal verkrijgen om op de piste te mogen. Skilatten, botten en een skipas laten wel eens op zich wachten, je weet wel. Om de tijd te doden kozen de begeleiders er dan maar voor wat groepsspelletjes te spelen.

Vervolgens ging het snel. Razendsnel. Er ontstond een plots tumult en ik moest samen met de andere skiërs een grote cirkel maken: we zouden gaan “vlagpikken”. “Vlagpikken,” dacht ik bij mezelf, “wat is dat nu weer?”. Maar veel tijd om er over na te denken kreeg ik niet, voor ik goed en wel besefte wat er zich exact voor mijn ogen afspeelde begon men naar mij een nummer te roepen. “14!”, nu, “14!”. Ik was verstokt en bleef zitten, wist ik veel dat nummer 14 aan mij toegewezen was en dat ik geacht werd naar een onnozel stuk stof toe te rennen. Ik was tenslotte gekomen om te skiën. Om niks meer en niks minder, goedkoop skiën in het bijzijn van mijn leeftijdsgenoten.

Vervolgens hield ik me maar van de domme en gaf ik waarschijnlijk een onnozele opmerking, zoals ik nu, vele jaren later ook nog wel eens durf doen als ik het allemaal niet meer weet. Ik kan me inbeelden dat die opmerking wel wat cassanter was dan van mijn leeftijd mocht verwacht worden, maar of ik daarom meteen op pedagodisch onverantwoorde wijze moest apart genomen worden door de meest kloeke leider van al, daar heb ik toch nog steeds mijn twijfels over. Ik kan hem mij thans nog levendig voor de geest halen, die leider. Zijn gestalte herinnerde mij aan die van Sylvester Stallone, maar dan uit de periode dat hij nog in pornofilms opdraafde. Korte benen ten opzichte van het lijf, gespierde torso, volle ronde lippen, een beetje blos op de wangen en een soort van zwart krollenhaar. “Geeeeeeffffff acht, John Rambo!,” hoorde ik kolonel Trautman in mijn verbeelding schreeuwen, maar in de realiteit vroeg Sly alleen maar – zij het nogal onaardig, opdringerig en schuimbekkend- aan me waarom ik “weigerde aan het spel deel te nemen?”.

Ik besloot mezelf stokstijf te houden en te zwijgen. Niet om te protesteren, niet om de revolutionair uit te hangen, maar gewoon uit angst. Uit pure, diep van onderuit opborrelende angst. In de verte zag ik een lieve, blonde krollenbol -ook blozende wangetjes, maar dan op de vriendelijke manier- het schouwspel gadeslaan. Het oogcontact dat ik met hem zocht liet niet aan de verbeelding over. Terwijl Sly kwaad, spuwend, tierend nog een aantal keren dwingend dezelfde vraag herhaalde, vroeg ik, neen smeekte ik om verlossing. Uiteindelijk kwam de blonde leider naar ons toegerend en intervenieerde hij. Wat een geluk, hij nam me zacht bij de hand en nam me mee naar het dichtsbijzijnde bankje in de lentezon. We babbelden wat over koetjes en kalfjes terwijl Sly zich in de verte op het grasgroene grasveld alweer volledig op de vlagpikkampioenen stortte.

Nu, wat er ook van deze parabel waar moge zijn, in the end werd het nog wel een deugddoende skivakantie. Ik zoefde door de bochten, zweefde in de lucht, plukte er vlokjes en stoof door het poeder dat het een lieve lust was. Aan vlagpikken heb ik me achteraf echter nooit meer gewaagd, en misschien maar goed ook.

Print

One response so far

Apr 29 2010

Onderbroekenlol

Published by Sascha under Uitstapjes

Daar sta je dan. Alleen, onzeker en hulpeloos in de desolate woestijn. Je vriendin heeft net een vriendin gebeld. Of ze wil shoppen met haar, “ja, graag!”. Natuurlijk zou ik geen bezwaar aantekenen, dat wisten we alletwee Het was gewoon een kwestie van diplomatie, we wilden allebei tot een win-win komen.

De win voor haar was duidelijk, geen twee minuten later dook ze een vintage- en tweedehandstoko binnen. Pret verzekerd. Voor mij was de win nog niet meteen uitgeklaard. Maar ach, het zonnetje scheen, een wachtbeurt op het bruggetje over de gracht zou dus niet meteen op een straf uitdraaien. De stap van neutraal naar euforie was nu nog slechts een kwestie van seconden. Aldus en op die tautologische manier beschikte ik over de mentale kracht om het beeld van de desolate woestijn bij te stellen naar het beeld van de sappige oase.

Holland is sappig, en Amsterdam, de navel van het land nog sappiger. Zowaar nog sappiger, zou ik willen zeggen, maar ik hou niet van het woord zowaar. Ik bevond mij ter hoogte van de Negen Straatjes, zowat het commercieel centrum van de stad voor de meerwaardeshopper die zijn neus ophaalt voor de Kalverstraat. Niet geheel onterecht overigens. Ik besloot om meer te doen dan enkel de tijd te doden, en observeerde. Mensen, honden, poedels, meisjes, mannen, homo-, trans- en zelfs heterosexuelen. Het valt mij telkens op dat mensen in Nederland toch zo vrij doen. Lekker los. Fietsen kan er ongestoord, de bloemetjesrokjes waaien altijd nét dat ietsje te hoog, de bloemetjeslaarzen zijn altijd nét iets te geplastificeerd en de froefroes stralen er levenslust uit. Soms ook sex. De mannen zijn  er gekleed in jeans, dragen lichtbruine puntschoenen en kammen hun halflange haren trots naar achteren, met brylcreem geplooid.

Plots viel mijn oog op de designer underwear store. “Wie zou daar ooit binnenstappen?” vroeg ik aan mezelf, dus ik besloot het op een turven te zetten. Na welgeteld drie kwartier kon ik niet één bezoeker tellen, wat me besloot ermee op te houden. Gelukkig stopten er net op dat moment een paar vespa’s voor de deur, in unieke en opvallende uitvoering. Hoera, eindelijk een bezoeker voor de lieve man met getrimdgemillimetreerd ringbaardje, die al bijna een uur lang liefdevol en devoot onderbroekjes stond te vouwen. Maar, niets leek minder waar. De binnenstapper droeg immers een gekreukt zakje van de desbetreffende designer underwear store met zich mee en door zijn brede gesticulaties kon ik beredeneren dat het broekje hem – het vergrotende effect op kloten en piemel ten spijt- niet bevallen was.

“Hoe kan een onderbroek van 45euro uit mijn favoriete designer underwear store me nu niet bevallen zijn?” hoorde ik de binnenstapper al denken. Wel, ik kon het mij perfect voorstellen. Vijfenveertig euro spenderen aan iets waar, onzichtbaar voor de buitenwereld maar zichtbaar voor de drager, zij het éénmaal per dag, een streep kak in uitgesmeerd wordt is tamelijk veel. Dat de consument ontevreden terugkeert na aankoop van zulk een broekje is een haast onvermijdelijk gevolg van die waanzinnige prijs.

Ik kon maar hopen dat het teruggebrachte broekje geen streep bevatte, maar laat ik daar niet teveel over nadenken. Vervolgens besloot ik me op een terrasje zo’n heerlijke Van Dobben kroket te bestellen, beter vind je ze niet. Een kortstondig binnenpretje overviel me nog, en het deed me afvragen of deze nu gecatalogeerd kon worden onder ‘onderboekenlol’?

Print

One response so far

Jan 21 2010

Mijn plaatje

Published by Sascha under Eten & Drinken,Uitstapjes

We tekenen vroege avond en ik ben aan het vroegeavonddromen. In de achtergrond lopen een aantal door zichzelf op de voorgrond geplaatste beunhazen te zanikken. Mijn concentratie is zoek. Vroegeavonddromen heb ik altijd lekkerder gevonden dan dagdromen. Deze fase van de dag biedt vaak betere inzichten dan die andere fases.

Maar deze keer niet. Ik moet denken aan een ietwat verlept sujet. Rokend, klaterend en zuchtend. We tekenen Berlijn, ergens in de nazomer van 2007 aan de oevers van de Spree. Badeschiff, Treptower Park en een overgebleven grensposttoren moeten zich ergens in de buurt bevinden. De omgeving straalt een nietsvermoedende authenticiteit uit. Parkje, aziatisch eettentje, accordeonspeler en joelende kinderen. Boven ons neemt een Rosinenbomber zijn finale duik richting de landingsbaan van Berlin-Tempelhof.

Het verlepte sujet hoort dan misschien wel thuis in het plaatje, maar niet in deze stad. Ze praat luidop en schor over haar stukgelopen relaties, mislukte buitenlandse avonturen en verloren dromen. Dagdromen noch vroegeavonddromen. Haar toehoorder, een uit de kluiten gewassen punker uit Kreuzberg, is overduidelijk wél aan het dagdromen. Over hoe hij haar straks tussen, onder of op de lakens zal krijgen. Een zoveelste stukgelopen droom, voor haar dan.

Hoewel ik geen woord, geen letter, van het verlepte sujet versta, ben ik er zeker van dat ze hem ronduit vertelt over hoe het met haar leven tot een puinhoop is kunnen worden. Het was destijds thans veelbelovend begonnen als eerstejaarsstudente filosofie. Ik wil haar woordelijk beschrijven. De drang is sterk, ik wil de miscast in het plaatje blootleggen. Ik begin -waarom niet- van beneden af aan:

Aan hare blote en vuile voeten hangen espadrils. Je weet wel, zo met van hennepdraden gemaakte zolen, stoffen sloefen. Met haar eelterige hiel heeft ze het achterste deel al volledig platgetrapt. Haar broek had in India gekocht kunnen zijn, maar die heeft ze gewoon aangeschaft toen ze wierookstokjes ging halen op de plaatselijke vlooienmarkt. Wat er zich onder die broek plaatsvindt, daar denk ik inderdaad hard over na, niet dat ik een viespeuk ben, maar omdat het me intrigeert.

Het brengt me onvermijdelijk naar het volgende onderwerp van dit schrijfsel: Almodovar. Wél een viespeuk, denk ik. Ik ben er zeker van, het verlepte sujet is een Almodovar-mokkel. Ze lispelt, niet aangeboren maar aangeleerd. Lispelen is nu eenmaal een onderdeel van haar taal.

Ik ga terug verder op wat ik zie, niet op wat ik denk. Een wit marcelleke met vetplekken en stijve tepels. In tegenstelling tot wat ik vermoed over haar onderbroek, heb ik hier harde bewijzen dat ze geen bh draagt. Haar goed recht natuurlijk. Ik neem me voor om ooit een blogpost aan haar te wijden. Het sujet intrigeert me. Vanaf die moment denk ik niet meer in alineas, woorden of metriek. Neen, ik denk ik tags, want tags maken de blog. De volgende zullen beslist in mijn blogpost moeten voorkomen: “zweetgeur”, “kettingroker”, “vetplekken”, “ongeschoren lichaamsbeharing”, “espadrils”, “commune”, “neuspiercing” en “promiscuiteit”.

Natuurlijk mocht ik “Madrid” niet vergeten als tag, en juist daarom pastte het verlepte sujet op die moment niet thuis in mijn plaatje.

Print

2 responses so far

Next »