Die betere, vrijere wereld

Jan 04 2012

Je zal het zien, altijd juist wanneer je begonnen bent aan een uitgekiende balanceeroefening in sociaal gedrag, duwt een snode medemens je net over het randje zodat je helemaal hervalt in de oude instabiliteit. Weg prille sociale wenselijkheid, weg droom van een betere, meer verdraagzame wereld.

Zo zat ik gisteren op café. Ik verkeerde in een benarde positie. Schuivend van linker naar rechterbil probeerde ik krampachtig doch vol overgave een wind te onderdrukken. Toen dat jammerlijk niet bleek te lukken besloot ik om hem gecompartimenteerd te lossen. Als een man met een plan bedacht ik de te nemen stappen, zoekend naar een billijk evenwicht tussen de eigen behoefte en de behoefte van de andere. Wilde toch wel lukken dat juist op het moment dat ik een eerste, gecontroleerde compartiment op de caféomgeving wou loslaten, ik een rookpluim van jewelste in mijn aangezicht geblazen kreeg?

Door de band genomen ben ik een nogal liberaal, verdraagzaam type. Niet dat ik vind dat de staat moet ontvet worden en dergelijke, maar ietwat vrijheid voor het individu is mij wel genegen. Rook in iemands gezicht blazen, überhaupt in een omgeving waar een al dan niet legitiem rookverbod geldt, vind ik er anders toch wel wat over. En dan heb ik het nog niet over mijn astma gehad. Dit onrecht moest van mijn hart dus vond ik het nodig om de rook blazende medemens er beleefd attent op te maken dat er een algemeen rookverbod voor de horeca geldt. Moedig van mij, niet waar? Ik wil onthullingen over ruimte noch plaats doen, maar het antwoord “sebiet oep aa bakkes” verstomde me toch wel een beetje.  Ik benadruk, alle gelijkenissen, verbanden en associaties met dialecten uit één van Vlaanderens windstreken berusten op louter toeval.

Na dit voorval besloot ik om het nogal agressieve wederwoord niet te laten passeren, maar gezien mijn nogal schriele lichaamsbouw was een snelle hengst tegen de kanis van dat stuk vreten geen optie . Dus ik moest op zoek naar iets anders, iets beters. Plan, do, check, act. Het villeine kantje in mij richtte zich op het groepje jongens dat zich buiten op het terras van het café tegoed deed aan de Shisha-pijp. Ik vertelde hen dat de rookblazende medemens me net verteld had dat hij een lidkaart van het Vlaams Blok bezat en dat hij de Belangen van het edele Vlaamse ras ten allen tijden zou verdedigen. Daarbij zou hij geweld niet mijden en het groepje Shisha-rokende jongeren vormde volgens hem een dermate bedreiging voor de volksgezondheid dat niet-handelen voor hem geen optie meer was. Een goed voorbereid groepje jongeren is er twee waard, zo vertelde ik hen, alluderend op al die gevaarlijke gekken die er tegenwoordig zoal rondlopen.

Heetgeblakerd stapten de jongens op de dronkenlap toe om hem te vragen wat zijn probleem was. Mijn plan bleek te lukken, want de man, die net zijn 4de pint bier in één teug had leeggedronken kaatste de bal terug met een tweede “sebiet oep aa bakes”. Het moet gezegd, hierop ontplooide zich een razendsnelle keten van ontwikkelingen die mijn bevattings- en observatievermogen ver te buiten gingen; het groepshaantje schreeuwde en spuugde de rookblazer toe dat hij het beter wat kalmer aan deed. De rookblazer op zijn beurt, goed gemarineerd in de alcohol, beet het haantje zijn neus af door te antwoorden dat niemand hem de les moest spellen. Hierop ontstond een handgemeen wat de kleinste van de groep haantjes opnieuw deed grijpen naar de Shisha-pijp, ditmaal om die aan gruzelementen stuk te slaan op het voorhoofd van de rookblazer. Vervolgens meenden een aantal stamgasten zich te willen moeien, wat de gemoederen evenmin deed bedaren. Het hele gebeuren ontaarde uiteindelijk in een hysterisch bloedbad.

Na deze, toegegeven, ietwat uit hun verband getrokken ontwikkelingen besloot ik mij in alle ernst terug te trekken naar een belendend terras om eindelijk die opgehouden wind te lossen. Over détente gesproken. Op dat terras trof ik een sigaarrokende dame met haar man. Het recentelijk gebeuren nog maar vers in het achterhoofd, deed een zoveelste rookattribuut me wel een beetje schrikken. Toch, die krampachtig opgehouden scheet moest er maar eens uit en ik besloot de sigaar te laten voor wat ze was. Gek genoeg prikkelde die sigaar mijn zinnebeelden. Nooit eerder deed een scheet me immers harder dromen van een zon, zee, rum, oldtimers en zwoele salsa. In Cuba, daar genieten de mensen nog van een vrije wereld, dacht ik bij mezelf.

No responses yet

De Druivencross

Dec 12 2011

De Druivencross in Overijse, ofwel de “Moeder Aller Crossen”, is zo’n sportevenement dat z’n genre ruimschoots overstijgt. De Druivencross doorstaat de vergelijking met de Iron Man van Hawaï in het triatlon. Ook al ben je niet écht geïnteresseerd in de sport, toch weet het evenement je voor die ene keer wel aan de buis te kluisteren. Enfin, ik weet niet in hoeverre deze vergelijking steek houdt, maar feit is wel dat ik al sinds mensenheugenis naar die befaamde Druivencross kijk en dat mijn ogen er dan altijd uitrollen van ontzag als ik die renners bergop door de modder zie kruipen, spartelen en soms ook dartelen.

In 2001 won Tom Vanoppen. Ik denk nog altijd dat hij een beetje geholpen werd door Mario De Clerq, maar in het dorp waar ik toen woonde deerde dat niet en bijgevolg stond het op zijn kop. Dat had natuurlijk alles met “onze Tom” te maken, een olijke, jonge wielrenner die plotsklaps een beroemdheid werd in het hele land. Van het najaar in 2001 herinner ik me niet bijster veel meer, maar die overwinning van Vanoppen moet toch iets bijzonders geweest zijn. De jaren die volgden zou “onze Tom” me nog vele keren plezier bezorgen, maar de aangekondigde topcarrière leek toch steeds minder een haalbare kaart. Ik denk dat Tom ondertussen gestopt is met wielrennen. Zijn laatst overgebleven fan kan ondertussen terug ononderbroken de weekends spenderen in café Cocoon.

Sven Nys daarentegen, dat is een ander verhaal. Die dartelde in 2001 ook al gezwind mee aan de top van het cyclocross. Nys heeft lang moeten wachten op zijn eerste overwinning in Overijse, maar gisteren was het alweer voor de 4de keer prijs. Door de jaren heen heb ik steeds meer respect gekweekt voor die man. Fysiek, motorisch, verbaal en mentaal een raspaard van het zuiverste soort. Een man die zijn talent naadloos weet te gebruiken om er mooie dingen mee te doen. Bij Vanoppen is het daar op termijn wat mank gelopen, maar hey, ik zal die herinnering uit 2001 altijd blijven koesteren.

No responses yet

Tussen wal en schip (2001)

Nov 28 2011

2001 was een jaar van wal en schip, en ik bevond me er vooral tussen. De roaring nineties waren nog maar net achter de kiezen, en ik moest mijn studentenleven al opstarten. Dat studentenleven zou nog een eeuwigheid duren dacht ik, teenage dirtbag die ik was, maar de coming of age schuilde genadeloos om het hoekje. Een gebroken hart en twee tragische ongelukken later zou de wereld in iets veranderen wat het daarvoor nooit geweest was.

2001 mokerde me een brutale hengst en zeeg kort daarna neer, als een net uitgedoofde vulkaan waarvan de onderste lavalagen nog kolkten. Ik hunkerde naar vervlogen tijden, tijden van onbaatzuchtige vriendschap en oneindige zomers. Zo van die zomers waarin je het brem hoort knisperen langs het kanaal, je weet wel. Jammer maar helaas eindigde de zomer van 2001 op mijn slaapkamer in het gezelschap van een tv en een playstation, te bedenken dat ik niet eens graag playstation [het werkwoord]. En het regende vaak, geloof ik, in die zomer van 2001.

De Ronde Van Vlaanderen werd eerder dat jaar gewonnen door Gianluca Bortolami. Dat was een gelukstreffer zoals die om de 10 jaar wel eens voorvalt. In 2011 won Nick Nuyens, je weet wel. Maar in 2001 was ik zelf nog volleyballer en tennisser, weliswaar op 1 been dat tevens het laatste been was. In 2001 was ik habitué in jeugdhuis ‘t Stipke, ondertussen omgedoopt tot Jeugdhuis De Stip, ook een proces van volwassenwording denk ik.

Ja, 2001 was een jaar van defininiëren en herdefiniëren, opbouwen en afgebroken zien worden om achteraf weer van voor af aan te beginnen. In 2001 nam ik me voor dat ik pas 10 jaar later dingen zou schrijven om definitief af te rekenen met datzelfde 2001. Ik heb jaren gedacht dat me dat nooit zou lukken, of dat ik hoogstens wat aantekeningen zou maken voor persoonlijk gebruik. Maar in 2001 was ik nog niet zo’n exhibitionist als vandaag.

Gelukkig voor 2001 kan ik voor elke trieste herinnering ook een leuke oproepen. Zal ik het volgende keer anders eens over het Zilvermeer hebben?

No responses yet

2001: de videotheek

Nov 16 2011

Ik herinner mij het jaar 2001 als gisteren. En dat om verschillende redenen. Treurige en minder treurige, kleurige en kleurloze. Maar ik herinner me 2001 vooral omdat ik toen een bijbaan op de kop kon tikken in een videotheek. Het heeft me geholpen dat de uitbaters er die lente abusievelijk vanuit gingen dat Sascha een vrouw zou zijn, want toen ik me aanbood schrokken ze zich de pleuris. Tot de dag van vandaag ga ik ervan uit dat ze liever een blonde stoot met dikke tieten achter hun toog hadden gezien, maar ik beklaag het me niet, want ik heb die baan tenslotte zo’n slordige 5 jaar gedaan. En tot ieders tevredenheid.

Videotheken, tankstations en buurtcafés. Het moeten de etterpuistjes van onze samenleving zijn. Ken je die mannen met modelloze leren jassen, een snor en lelijke schoenen? Wel, dat zijn types die je vaak in één van die drie etablissementen aantreft. Meestal roken ze dan ook nog Bastos en zijn ze omgeven door een lucht van Jupilerdamp. Ik kreeg ze wel vaker over de vloer, en dan vroegen ze me of de nieuwe Rocco al gearriveerd was. Ikzelf, toch een behoorlijke cinefiel, wist aanvankelijk niet wat de Rocco-reeks was, maar die onwetendheid heeft niet lang standgehouden. “Voor mij de nieuwe Rocco, twee pakskes Bastos en ne sixpack graag”. SPATS! Etterpuist open.

Anno 2012 stellen videotheken niet zo veel meer voor. De vooruitgang heet dat dan. Tegenwoordig kopen we DVD’s en Blue Rays in de Mediamarkt en huren we veel te duur betaalde films via Belgacom en Telenet. Waar die mannen met hun modelloze leren jassen uithangen? Mogelijkerwijs in tankstations en buurtcafés, maar met die stijgende pomp- en bierprijzen weet je maar nooit. Waar ze hun Bastos kopen weet ik evenmin. Zouden ze nog aan de nieuwste Rocco geraken? Ik denk dat Rocco inmiddels met pensioen is, maar in het jaar 2001 was dat alleszins niet zo. Ach, het jaar 2001, zal ik daar eens een reeks over opstarten?

No responses yet

De winter

Nov 07 2011

Het getiktak van de seizoenen, vroeger was ik daar totaal niet mee bezig. Maar met de jaren ben ik daar anders over gaan denken, want elk jaargetij heeft tenslotte zijn eigen voor- en nadelen. Alleen de winter vormt daar een uitzondering op. De winter dat is teveel kalkoen vreten bij kerstmis, te vroeg alcohol drinken tijdens het nieuwjaarsfeest en winterbanden plaatsen onder je wagen om op datzelfde nieuwjaarsfeest toch iéts te vertellen te hebben. Verder kan ik me eigenlijk geen bijzondere feitelijkheden over de winter bedenken, buiten dat het dan vaak koud, en in België vooral nat is.

Vandaag tourde ik met mijn Opel Astra over de Vlaamse wegen. Vele kilometers alweer. Terwijl het asfalt tegen een behoorlijke snelheid onder mijn kont schoof, gleden mijn gedachten langzaam maar zeker weg. Wat als ik nu eens op één of andere Amerikaanse highway aan het cruisen was? Het moeten vast de Highway Men geweest zijn die me op het idee brachten. Kris Kristoffersen en zijn matties. Ik waande me in The Deep South, zo van dat type omgeving dat geschetst wordt in de serie True Blood. Ik heb zo’n 5 afleveringen van die serie gezien, de sfeer stond me enorm aan, maar de vampieren niet. Best wel vervelend, zo’n vampierenserie als je het niet op vampieren begrepen hebt.

Zoef zoef. Kilometerpaal na kilometerpaal. Ik verlies even, misschien wel een hele poos, mijn gedachten.

Weer vele kilometers verderop. Vochtig en grijs Vlaanderen. Landbouwstaat zonder landbouwgrond. Ondertussen waren er echt al serieuze lappen zwart asfalt als flarden geheugenverlies onder mijn reet geschoven. Waar bracht ik mijn zwarte Astra eigenlijk naartoe? Ik bracht hem naar Limburg, waar de mensen nog zacht zijn. En zorgzaam voor elkaar, tenzij de takken van de notenboom iets te ver over het erf van de buurman hangen natuurlijk. Verder geen slecht woord over de Limburgers, ik ben er verdorie zelf één. Kan het zijn dat ik me op een bepaald moment intens gelukkig voelde in mijn eigen onmetelijke leegheid? Liever niet eigenlijk, dat voelt me wat te gevaarlijk aan.

Dat diepe zuiden werkt een enorme aantrekkingskracht op me uit. Vette lucht, biker cafés, Highway Men-muziek en Budweiser. Goed gekoeld en uit het flesje liefst. Zou ik daar het vliegtuig nog eens voor overwegen? Geldt de crisis ook voor de vliegtuigindustrie? Plots droeg ik mezelf op om het gemijmer een halt toe te roepen en riep ik mezelf  ter orde. Wanneer zou het eigenlijk tijd zijn om op die verdomde winterbanden over te schakelen?

No responses yet

Older posts »