De fietser, niets anders dan de fietser

“De stratenplattegrond wordt afgestemd op de fietser, niets anders dan de fietser,” vertelde de conservatieve Londense burgemeester Boris Johnson over het ambitieuze fietsbeleid dat hij in zijn metropool gestalte wil geven. Het wekte meteen mijn aandacht, want bij “metropool” denk ik Antwerpen, en bij “conservatief” rijst een silhouet van de Antwerpse burgemeester Bart De Wever bij me op. Wetende dat die laatste al enkele keren naar Londen trok voor werkbezoeken allerhande, kunnen we er van uit dat die het met zijn Angelsaksische ambtsgenoot ook al had over diens fietsbeleid. Een logische veronderstelling, toch?

Goed, ik ga Johnsons plan zeker en vast downloaden en het eens rustig doornemen, dat is ongetwijfeld interessante en ambitieuze lectuur. In deze blogpost wil ik het echter voornamelijk hebben over fietsen in Antwerpen, want dat is -laten we eerlijk zijn- nooit aangenaam geweest en ook nooit aangenaam geworden. Toegegeven, het vorige bestuur heeft zijn best gedaan om een inhaalbeweging te maken met de aanleg van 100km nieuwe fietspaden en het ontplooien van het huurfietsnetwerk Velo, maar wie eerlijk is met zichzelf weet: het was totnutoe te weinig en te laat. Fietsen in Antwerpen is een regelrechte ramp: putten, gaten, borduren en drempels waar geen fietspad is (Turnhoutsebaan) en dieselwalm, wegpiraterij en bussen waar wél een fietspad is. Het trieste en cynische hoogtepunt van het Antwerpse fietsbeleid moet wel het Astridplein zijn, waar weliswaar een fietspad is maar waar de bussen van De Lijn de fietser standaard van het fietspad maaien. Kortom, vierwielers zijn in Antwerpen de baas.

Vanwege het grote onontgonnen terrein is fietsbeleid in Antwerpen dus iets waar elke bestuurder op kan inzetten. Zo lezen we dan ook in het bestuursakkoord 2013-2018 op pagina 23 dat “verkeersveiligheid voor fietsen een prioritaire doelstelling blijft”. De vraag der vragen is dan welke daden het nieuwe bestuur zal stellen om de fiets een prominentere en veiligere plaats te geven in het stadsbeeld. Het is misschien wat vroeg om al tot verregaande conclusies te komen, maar net op het vlak van de daden ziet het er al iets minder rooskleurig uit. Het nieuwe stadsbestuur stelde met zijn aantreden meteen enkele concrete beslissingen aan de Antwerpenaar voor om zijn visie op mobiliteit duidelijk te maken en de aanleg van een broodnodig fietspad werd bijvoorbeeld botweg herroepen en geschrapt. Zou de Antwerpse schepen van mobiliteit Koen Kennis ooit al eens geprobeerd hebben van ‘t Schoon Verdiep via Karel Oomsstraat of Generaal Lemanstraat in het Middelheim te geraken? Ik hoop voor hem oprecht van niet.

“De mobiliteit is de economie van de stad, die mag niet stilvallen,” liet diezelfde Kennis afgelopen vrijdag in de Gazet Van Antwerpen noteren. Dat brengt ons van daad naar retoriek, want als we de eerste beslissingen van het bestuur ter goeder trouw als vorm van “terrein afpissen” bekijken, mogen we misschien verwachten dat het uiteindelijk toch allemaal zo’n vaart niet zal lopen en dat het echt wel werk wil maken van zijn eigen bestuursakoord. Maar, en ik ben echt ter goeder trouw, ook op dat vlak heb ik zo mijn twijfels. Het autovrij maken van bepaalde stukken binnenstad (Meirbrug) is voor dit bestuur geen prioriteit en in elk interview lees ik dat de auto “terug zijn plaats moet krijgen die hij verdient”. Hoe rijmt dat nu in hemelsnaam met het voeren van een fietsvriendelijk en verkeersveilig beleid? Ziet het nieuwe bestuur dan echt niet dat de stad gewoon vól zit? De mobiliteit van de stad is overigens al stilgevallen en het schrappen van fietspaden gaat daar heus niets aan verhelpen.

Hoe het ook zij, ik heb de indruk dat het stadsbestuur zowel in daad als in retoriek een reconquista voert tegen de moderne stedelijkheid die in deze stad de afgelopen jaren geleidelijk werd ingevoerd en die internationaal zelfs in de prijzen viel. Een moderne stedelijkheid die nota bene ook in steden als Parijs, Berlijn en het Londen van de neo-conservatieve Boris Johnson ingang vindt. Net als in andere beleidsdomeinen voert dit bestuur dus geen conservatief (laten zoals het is), evenmin neo-conservatief (kijk naar Johnson), maar eenvoudigweg een reactionair beleid richting oude, industriële stedelijkheid op basis van verbrandingsmotoren. De fietser, niets anders dan de fietser? Niet in Antwerpen allicht.

2013

Het nieuwe jaar is ondertussen een kleine week oud. Ik heb ondertussen al ruim de tijd kunnen nemen om er uitgebreid op te toasten, maar heb nog niet op dat vorige jaar -2012- terug kunnen blikken. Soms is dat wel eens nodig, en als ik dan toch in retrospectieve ga, kan ik beter ook meteen de tijd nemen om even vooruit te blikken. 2013 is immers een jaar waar ik veel van verwacht.

Het eerste waar ik een graag jaar aan aflees is, tsja, lezen. Welke boeken hebben mij in 2012 in vervoering gebracht? Voor mij is dat altijd een moeilijke oefening, want door de band genomen koop ik boeken die veelbelovende recensies krijgen, en neem ik het pas maanden zoniet zelf jaren later ter hand. Om die reden lopen de boekjaren wel eens door elkaar en komt het me voor dat ik in een lopend jaar de boeken lees van het afgelopen jaar, of zelfs erger, dat ik in een lopend jaar de tijd neem om een klassieker te lezen. Enfin, van mijn 2012 onthoud ik “De Tijgerkat” van Lampedusa di Tomassi (heruitgave, maar meer dan 20 jaar oud), “Reizen zonder John” van Geert Mak (die is wél van 2012 geloof ik), “‘s Nachts komen de vossen” van Cees Nooteboom (2011?) en “De man zonder ziekte” van de immer hoge toppen scherende Arnon Grunberg. In 2013 hoop ik eindelijk eens aan “De ontdekking van de hemel” te beginnen en ook “Open stad” van Teju Cole staat hoog op mijn lijstje.

Sport dan. 2012 was een grand cru zonder weerga. Het begint steevast in het voorjaar met de voorjaarsklassiekers in het wielrennen. Dat ik een fan van Tom Boonen ben behoeft geen verdere uitleg, dat hij op weergaloze wijze De Ronde Van Vlaanderen en Parijs-Roubaix won evenmin. De Giro was ook een pareltje (Ryder Hesjedal), de Tour is de Tour en Alberto Contador toonde in de Vuelta dat hij nog steeds de beste ronderenner ter wereld is, mét of zonder doping. Zelf reed ik van Antwerpen naar de Pyrreneeën en beklom ik ondermeer de Tourmalet, waarmee ik de astmalijder in mezelf weer even op zijn  plaats kon zetten. Maar 2012 was natuurlijk meer dan fietsen: het WK voetbal was ook te genieten en de Olympische Spelen waren meer dan geslaagd: als Belg onthoud ik vooral Hans Van Alphen en als sportliefhebber vooral Epke Zonderland, en ahja, laten we Mo Farah niet vergeten! 2013 zal 2012 waarschijnlijk moeilijk kunnen overtreffen, maar wie weet wint Hans Van Alphen wel een mooie medaille op het WK atletiek en toont Philippe Gilbert zich wel een heel waardig wereldkampioen?

In 2012 bleef ook de politicus in mij niet onberoerd. Ik verhuisde definitief van het mooie Ham naar het bruisende Antwerpen. Hoewel ik persoonlijk een bevredigend resultaat neerzette, werd mijn partij niet beloond voor het geleverde werk en wordt ze in 2013 naar de oppositiebanken gewezen. Daar zijn we ondertussen wel bovenop, maar in 2013 zal er hard gewerkt moeten worden natuurlijk. Op zich kijk ik daar wel naar uit. Ik begin mijn draai te vinden bij mijn Antwerpse vrienden en hoop de volgende jaren dan ook mijn steentje te kunnen bijdragen. Wijkwerking staat hoog op mijn prioriteitenlijst en ik beloof plechtig dat er in 2013 enkele mooie dingen op til staan. Uiteraard doe ik dat alles nog steeds voor de Solidariteit, mijn Grote Motivatie om aan politiek te doen.

Naast de bovenvermelde dingen zal 2013 me natuurlijk nog meer brengen, verwacht of minder verwacht. Het eerste waar ik nu werk van ga maken is een opleiding  PhotoShop. Ik hoop dat de eerste effecten daarvan al over enkele weken via dit blog zichtbaar worden. Ik vlieg er dus in, tot snel beste lezer!

Doei, Amsterdammer

Afgelopen week reed de IC-trein Brussel-Amsterdam voor de laatste keer uit. Aan deze trein, in de volksmond ook wel de Amsterdammer genoemd, koester ik veel herinneringen.

Zo was er die keer -ikzelf nog een broekje- dat ik aangeklampt werd door de Japanner. Ik was net enkele dagen op bezoek geweest bij één of ander Amsterdams liefje (niet mijn huidige Liefde) en zelf enigszins verdwaasd en onervaren op zoek naar het juiste perron, werd ik benaderd door een radeloze Japanse jongen op weg naar Parijs. Hij moest via Brussel diezelfde avond de Thalys halen, want deed een rondreis Europa in 10 dagen ofzo. Of hij Brussel ook een bezoekje wou gunnen? Bwaa, misschien, om chocolats te kopen eventueel.

Nu ja, daar zat ik dus met die Japanner. Eénmaal lekker gezeten, boekje in aanslag, benen gestrekt, bleek de Japanner geen vrede te nemen met puur individueel reisplezier. Neen, hij wilde graag gesprekken aanknopen met Europeanen, wenste full service en die service zou ik hem verlenen. Eerlijk gezegd, ik word niet graag gestoord wanneer ik de kans heb om 2u voluit te lezen, maar die Japanner leek me de onaardigste nog niet en ik besloot het erop te wagen. Ik herinner me dat we lang en relatief diepgaand spraken, maar over wat het nu exact ging weet ik niet meer. Wat ik wél weet is dat die bewuste Amsterdammer, het moet ergens het jaar 2002 geweest zijn en ook toen was er weinig verschil met vandaag, ergens ter hoogte van de Moerdijk in panne viel en dat we een paar oogwenken later met zijn allen gezellig in de bus uit volle borst Hollandse schlagers aan het meezingen waren. André Hazes was nog alive and kicking in die periode, je weet wel.

Uiteindelijk heb ik de Japanner bij het handje genomen om hem óók in Roosendaal opnieuw op de trein te krijgen en heb ik hem moeten uitleggen dat French Fries eigenlijk niet French maar Belgisch zijn. Ik was nog jong en naïef en durfde in die periode wel eens windmolengevechten leveren. Uiteindelijk naderden we Antwerpen -we gingen in die tijd niet ondergronds- en ik weet nog alsof het vandaag is dat het druilde, pruilde en regende buiten. Het moment van afscheid was nabij en ik wist niet zo goed hoe ik in stijl en voor altijd afscheid kon nemen van mijn Japanner. Gelukkig was hij me voor: met een “Can we have picture together?” schoof hij een hypersonisch stuk electronica van Minolta onder mijn neus en nam een duofoto van ons. Snel even hand schudden, elkaar het beste wensen en daar stond de trein plots stil in het mooiste station ter wereld.

Doei Kazumi [ik weet eerlijkheidshalve niet meer hoe hij heette]! Doei Amsterdammer! Man, wat zal ik de tijden van het ongebreideld internationaal reizen over die gezegende BeNeLux-grond missen!

Feest van de sociale politiek

De laatste week komt eraan, ging dat even snel! Ik heb eigenlijk niet zoveel jus meer in de vingers om de laatste campagnesprint nog uitgebreid te verslaan. Toch, eens uitgeteld en afgemat in de sofa besef ik dat het neerpennen van de emotie van de dag kan helpen om de laatste portie energie op te boren, juist genoeg om nog 7 dagen intensief campagne te voeren.

In 2006, toen ik meedeed aan de lokale en provinciale verkiezingen, kon ik rekenen op de onvoorwaardelijke hulp van mijn oma, mijn ouders en heel bataljon aan neven en nichten. Wisten die in verenigde slagorde perfect hoe je zo’n campagne op zijn Limburgs aanpakt. Dat gaf me toen wel wat comfort. Deze keer heb ik het allemaal wat moeten uitzoeken, en dat heeft toch meer energie gekost dan aanvankelijk voorzien. Hoewel, is niet elke verkiezingscampagne naar het eind toe afmattend?

Gelukkig heb ik dan weer heel wat andere dingen in de plaats gekregen. De onvoorwaardelijke steun van Vonneke bijvoorbeeld, die op onwaarschijnlijk korte tijd van Amsterdammer tot actief Antwerpenaar is omgeturnd. Ook mijn ouders komen elk weekend even poolshoogte nemen. Ik merk dat ze het moeilijk vinden dat ze me niet zo kunnen steunen zoals zes jaar geleden, maar toch zijn ze van grote waarde. Naast de steun uit mijn persoonlijke omgeving merk ik overigens dat de kracht van ons team onovertroffen is. Zelden heb ik een groep geweten die zo hard aan één zeel wil trekken, en dat is heus geen loze campagnepraat. De manier waarop wij vandaag bijvoorbeeld onze actie voor “Park Spoor Oost” aangepakt hebben, is ongezien. Patrick kan rekenen op een fantastische ploeg!

De verkiezingsthema’s zelf, is dat ook aanpassen? Ja en neen. In Antwerpen is alles wat groter en anders geschaald. Vrijwel elk mogelijk lokaal beleidsvraagstuk zoekt hier een antwoord. Toch merk ik dat veel verkiezingsthema’s niet anders zijn dan in andere gemeenten. En ja, ook hier gaat het net als elders vaak over gebouwen en grote infrastructuurwerken. Kijk naar #hetgroteverkiezingsdebat van gisteren. Los van het feit dat Antwerpen vaak vereenzelvigd wordt met Vlaanderen en omgekeerd (een beetje zoals in de VTM-soaps), ging het toch weer vooral over bruggen, winkelwandelstraten en andere grote gebouwen. Ik vind het frappant dat er bijvoorbeeld met geen woord gerept werd over lokaal cultuurbeleid. Als het over sociaal beleid gaat, dan vervallen veel discussies al snel in een “rechten en plichten”-verhaal en worden straffe termen als “verloren generaties” in de strijd gegooid.

In die zin kijk ik uit naar het “Feest van de sociale politiek”, vanavond in de Roma. Ik geloof dat de tickets ondertussen uitverkocht zijn, dus afkomen heeft geen zin. Ik vind dat goed nieuws eigenlijk, want blijkbaar liggen veel mensen dus net als ik zeker ook wakker van het lokale sociale beleid. Mogen de nationale partijvoorzitters daar ook nog iets over komen zeggen op tv?