Je zal het zien, altijd juist wanneer je begonnen bent aan een uitgekiende balanceeroefening in sociaal gedrag, duwt een snode medemens je net over het randje zodat je helemaal hervalt in de oude instabiliteit. Weg prille sociale wenselijkheid, weg droom van een betere, meer verdraagzame wereld.
Zo zat ik gisteren op café. Ik verkeerde in een benarde positie. Schuivend van linker naar rechterbil probeerde ik krampachtig doch vol overgave een wind te onderdrukken. Toen dat jammerlijk niet bleek te lukken besloot ik om hem gecompartimenteerd te lossen. Als een man met een plan bedacht ik de te nemen stappen, zoekend naar een billijk evenwicht tussen de eigen behoefte en de behoefte van de andere. Wilde toch wel lukken dat juist op het moment dat ik een eerste, gecontroleerde compartiment op de caféomgeving wou loslaten, ik een rookpluim van jewelste in mijn aangezicht geblazen kreeg?
Door de band genomen ben ik een nogal liberaal, verdraagzaam type. Niet dat ik vind dat de staat moet ontvet worden en dergelijke, maar ietwat vrijheid voor het individu is mij wel genegen. Rook in iemands gezicht blazen, überhaupt in een omgeving waar een al dan niet legitiem rookverbod geldt, vind ik er anders toch wel wat over. En dan heb ik het nog niet over mijn astma gehad. Dit onrecht moest van mijn hart dus vond ik het nodig om de rook blazende medemens er beleefd attent op te maken dat er een algemeen rookverbod voor de horeca geldt. Moedig van mij, niet waar? Ik wil onthullingen over ruimte noch plaats doen, maar het antwoord “sebiet oep aa bakkes” verstomde me toch wel een beetje. Ik benadruk, alle gelijkenissen, verbanden en associaties met dialecten uit één van Vlaanderens windstreken berusten op louter toeval.
Na dit voorval besloot ik om het nogal agressieve wederwoord niet te laten passeren, maar gezien mijn nogal schriele lichaamsbouw was een snelle hengst tegen de kanis van dat stuk vreten geen optie . Dus ik moest op zoek naar iets anders, iets beters. Plan, do, check, act. Het villeine kantje in mij richtte zich op het groepje jongens dat zich buiten op het terras van het café tegoed deed aan de Shisha-pijp. Ik vertelde hen dat de rookblazende medemens me net verteld had dat hij een lidkaart van het Vlaams Blok bezat en dat hij de Belangen van het edele Vlaamse ras ten allen tijden zou verdedigen. Daarbij zou hij geweld niet mijden en het groepje Shisha-rokende jongeren vormde volgens hem een dermate bedreiging voor de volksgezondheid dat niet-handelen voor hem geen optie meer was. Een goed voorbereid groepje jongeren is er twee waard, zo vertelde ik hen, alluderend op al die gevaarlijke gekken die er tegenwoordig zoal rondlopen.
Heetgeblakerd stapten de jongens op de dronkenlap toe om hem te vragen wat zijn probleem was. Mijn plan bleek te lukken, want de man, die net zijn 4de pint bier in één teug had leeggedronken kaatste de bal terug met een tweede “sebiet oep aa bakes”. Het moet gezegd, hierop ontplooide zich een razendsnelle keten van ontwikkelingen die mijn bevattings- en observatievermogen ver te buiten gingen; het groepshaantje schreeuwde en spuugde de rookblazer toe dat hij het beter wat kalmer aan deed. De rookblazer op zijn beurt, goed gemarineerd in de alcohol, beet het haantje zijn neus af door te antwoorden dat niemand hem de les moest spellen. Hierop ontstond een handgemeen wat de kleinste van de groep haantjes opnieuw deed grijpen naar de Shisha-pijp, ditmaal om die aan gruzelementen stuk te slaan op het voorhoofd van de rookblazer. Vervolgens meenden een aantal stamgasten zich te willen moeien, wat de gemoederen evenmin deed bedaren. Het hele gebeuren ontaarde uiteindelijk in een hysterisch bloedbad.
Na deze, toegegeven, ietwat uit hun verband getrokken ontwikkelingen besloot ik mij in alle ernst terug te trekken naar een belendend terras om eindelijk die opgehouden wind te lossen. Over détente gesproken. Op dat terras trof ik een sigaarrokende dame met haar man. Het recentelijk gebeuren nog maar vers in het achterhoofd, deed een zoveelste rookattribuut me wel een beetje schrikken. Toch, die krampachtig opgehouden scheet moest er maar eens uit en ik besloot de sigaar te laten voor wat ze was. Gek genoeg prikkelde die sigaar mijn zinnebeelden. Nooit eerder deed een scheet me immers harder dromen van een zon, zee, rum, oldtimers en zwoele salsa. In Cuba, daar genieten de mensen nog van een vrije wereld, dacht ik bij mezelf.